Collega Robrecht is een grote dierenvriend en vult zijn tijd graag met het opzoeken van de meeste exotische soorten. Zo is er blijkbaar een eerder onbekende groep namelijk: de fabeldieren! Enkele van deze beesten zijn best wel bekend zoals de draak en de paashaas maar bij andere stellen we ons toch serieus wat vragen. Vooral de beschrijvingen van de mythologische gedrochten spreken tot de verbeelding.
Een opsomming van onze favorieten:

De DonderVogel :
De Dondervogel is een fabeldier dat tussen de wolken zou leven. Als het beweegt gaat het waaien. Zijn brede vleugels laten het donderen, bliksemflitsen schieten uit zijn ogen en er valt regen op de aarde van het meer op zijn rug. Hij vliegt boven Amerika, jaagt op walvissen en vliegt met zijn prooi naar een bergtop. Alleen de botten van de walvis blijven over. Op de grote hoogvlakte en in de bossen is de Dondervogel constant verwikkeld in een gevecht met het gehoornd serpent, zijn aartsvijand.
De Yale:
De yale is een fabeldier uit Ethiopië en India, en valt op door zijn opmerkelijke hoorns. Zijn vacht is donkerrood of zwart, hij is zo groot als een paard en heeft de staart van een olifant en de kaken van een zwijn.
Zijn hoorns zijn bewegelijk, en de yale gebruikt er telkens één bij aanval, terwijl hij de ander hoorn naar achter buigt. Als de aanvalshoorn beschadigd raakt, neemt de andere hoorn zijn plaats in. Als iemand beide hoorns weet te beschadigen, kan hij ontkomen aan de aanval van het dier. De yale zou zijn hoorns oprollen en tegen zijn rug leggen als hij ze niet gebruikt.
De Catoblepas:
De catoblepas (ook wel catoblepe genoemd) is een fabeldier dat bij de bron van de Nijl zou leven, in Ethiopië. Het heeft zijn naam te danken aan zijn kop, die zo zwaar is dat hij op de grond hangt; catoblepas is Grieks voor “dat wat naar beneden kijkt”.
Het dier heeft vier poten en is van gemiddelde afmetingen, en zou op een stier of zwijn lijken. Het bezit een krullende staart, gespleten hoeven, een geschubde huid en lange manen bedekken zijn ogen. Het dier lijkt onschuldig en loom, maar elk dier waar zijn giftig oog op valt, sterft ter plekke. Tevens zou de catoblepas een schadelijke adem hebben vanwege zijn dieet bestaande uit giftige planten. Als hij bang is, krult hij zijn lippen en stoot een smerige damp uit, waardoor alle levende wezens in de omgeving blind en stom worden, stuiptrekkingen krijgen en uiteindelijk overlijden. De catoblepas is mogelijk afgeleid van de Afrikaanse gnoe.
De Lintworm :(blijkbaar)
Een lintworm is een slangachtige halfdraak uit de Europese mythologie.
De lintworm is ook bekend onder z’n Scandinavische naam ‘Lindorm’ of het Duitse ‘Lindwurm’.
Vroeger werd geloofd dat lintwormen voornamelijk leefden in de Alpen en Scandinavië. Ze aten vooral vee en lijken, die ze van begraafplaatsen opgroeven. Tot in de 19e eeuw geloofde men dat lintwormen echt bestonden.
De platwormenorde van de Lintwormen dankt zijn Nederlandse naam aan deze draakachtige.

De Ouroboros:
De naam ouroboros komt uit het Grieks (”ουροβóρος”) en betekent staart-eter. Het is een symbool uit de alchemie, en een van de oudste mythische symbolen ter wereld. Het komt voor in de Azteekse mythologie, de Chinese mythologie en in vele andere.
Het is een afbeelding van een slang of een draak die in zijn eigen staart bijt (deze opeet) en op die manier een eeuwige cirkel vormt.
Het symboliseert de cyclische aard van de natuur, het eeuwige terugkeren en de eenheid van alles. In sommige afbeeldingen is de slang half lichtgekleurd (of wit) en half donkergekleurd (of zwart) wat een twee-eenheid voorstelt, zoals Yin Yang. Maar er zijn talloze vormverschijningen van deze Oerslang. De Noorse mythologie kent ook zo’n slang, hij heet daar Jörmungandr, Jormungand of Midhgardhsormr. En het bekende Indase beeld van Shiva Nataraja staat midden in de cirkelvorm van een Ouroboros.
Wat ALF en de Gremlins in deze lijst doen is al even duidelijk als sommige van deze verklaringen. Wicked!