
46314 items (36463 unread) in 36 feeds
Familie
(1324 unread)
NetlashCollegas
(3891 unread)
NetlashStagiairs
(368 unread)
Fun
(23499 unread)

Ik had u een tijdje geleden nog een bespreking beloofd van The Old Fashioned, et voilà! Ze is oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd op Gentblogt. Uiteraard.
Cocktailbars. Bij het woord alleen al denk ik spontaan aan hippe locaties in New York, met knap jong volk, luide muziek, flashy belichting. De film ‘Cocktail’, quoi, met een nog jonge Tom Cruise.
Of, in een ander spectrum, een hotellounge van een chique hotel in Londen of Parijs. The Astoria, waar je enkel maar een cocktail kan drinken als je een smoking draagt, of een galajurk, en benen hebt van twee meter. Glamour, luxe, pure verwennerij. En vooral veel geld, dat ook, ja.
Niks van al het bovenstaande in The Old Fashioned, aan de Koning Albertlaan. Daar is vooral gezelligheid troef. En de jaren twintig (of zelfs nog iets vroeger), met een stevige vleug art nouveau. Ik ging er met twee vriendinnen iets drinken, en je komt in een heuse woonkamer terecht. Donkerhouten tafeltjes, stoelen en zetels met vloeren zittingen, en schattige kanten tafelkleedjes op de tafeltjes.
Een jongedame in charlestonkleedje bracht ons naar een tafeltje, nam de jassen aan, en overhandigde ons de kaart. Meteen vroeg ze ook of ze ons komkommerwater mocht brengen, blijkbaar een hele goeie dorstlesser. Ik heb het niet zo begrepen op komkommers en hield het bij gewoon water, maar ik vond de geste wel dik in orde. De kaart bevat een twintigtal verschillende cocktails, waaronder uiteraard – dat moet wel in een absinthbar – een aantal met het groene goedje. De ingrediënten staan netjes vermeld, net zoals een korte smaakomschrijving, en desgewenst geeft de jongedame nog een deskundige uitleg.
Ik stond in dubio: zou ik gaan voor de Apple Pie Martini? Die omschreven stond als, jawel, vloeibare appeltaart. Of misschien de iets pikantere Coriander Mule? Nah, ik koos voor The Cuberdon, die niet echt veel uitleg hoefde. Mijn gezelschap koos respectievelijk de cocktail van de dag, zijnde de Singapore Sling, en de Bruising Daisy (elf euro).

Een goeie vijf minuten, en een hoop geschud en geroer van de beide heren in witte labojas achter de toog later, kregen we de drankjes. Niet erg groot, maar wel bijzonder, en bijzonder lekker.
De foto doet het eigenlijk geen eer aan, maar is dan ook getrokken met mijn gsm. Tsja.
Omdat we geen van drieën grote drinkers zijn, gingen we daarna voor een alcoholvrije cocktail (6 euro). Die staan niet op de kaart, maar als je even vermeldt wat je graag drinkt en wat niet, en wat je favoriete smaak is, maken ze iets op maat.
Intussen waren er nog een paar gezelschappen binnengekomen, had men ons vriendelijk gevraagd of we het erg vonden om van een tafel van vier naar een tafeltje van drie te verhuizen, en zat het eigenlijk gewoon vol. Niet moeilijk, want het is er niet groot, en het is er aangenaam zitten. De jaren twintigmuziek staat net luid genoeg, de bediening is discreet maar attent, en het is net alsof je effectief in een huiskamer zit. En voor mij hoeft Tom Cruise daar écht niet bij te zijn.
The Old Fashioned
Koning Albertlaan 115
Open op woensdag-zaterdag vanaf 20.00u
www.old-fashioned.be

Omdat het nu volop aspergetijd is, gaf Weight Watchers de eerste week van mei een aantal recepten met asperges mee in zijn weekboekje. Eentje ervan sprak me echt wel aan, en dus zette ik het vandaag op het menu.

Voor één persoon heb je nodig:
- 50 gr ongekookte basmatirijst
- 1 koffielepel sesamzaadjes (optioneel, ik liet ze weg omdat de kinderen ze niet lusten)
- 130 gr kipfilet in reepjes gesneden
- 1 koffielepel olie
- 200 gr groene asperges (en ik had het verkeerd opgeschreven en had witte mee. Niet erg, uiteraard)
- 40 gr shiitake
- 1 kleine ui
- een halve chilipeper (die er ook uit is gegaan wegens te straf voor de kinderen)
- 1 teentje knoflook, geperst
- 60 ml groentebouillon
- 1 eetlepel sojasaus
- 4 cocktailtomaatjes (die blijkbaar verdwenen waren, tsja…)
Kook de rijst, rooster de sesamzaadjes (zonder vet), bak de kipfilet 7 minuten in de olie. Bestrooi met peper en zout, haal uit de pan. Snij de asperges, shiitakes, ui en pepertje in stukjes, bak alles ongeveer 5 minuten met de knoflook in de pan van de kip. Giet er de bouillon en de sojasaus bij, laat nog eens 8 minuten garen.
Halveer de tomaatjes, doe ze samen met de kip in de pan. Bestrooi met sesamzaadjes, dien op met de rijst.
10 punten per persoon, en verdomd lekker.

Een vriendje van Kobe kwam spelen… met Wolf :-p
Nog een foto vergeten, getrokken door Delphines moeder.

Tsja, veel valt daar eigenlijk niet over te zeggen: prachtige tuin van Delphines ouders. Aperitief met veel te veel lekkere hapjes buiten in de zon. Daarna lekkere menu binnen, terwijl de kinderen buiten speelden, een kamp bouwden en toen draken kwamen vragen om aan te vallen. Animatie voor de kinderen. Vuurwerk op Alexanders dessert. Mooie kleine meisjes. Nagenieten buiten in de zon. Alles wat zo’n feest moet hebben.
En tussendoor speelde ik fotograaf, onder andere met groepsportretten. Zoals eerder al gezegd: ik ben geen fotograaf, ik heb alleen een goed toestel.

















Communiefeest van Alexander, het zoontje van mijn oudste broer.
Twee jaar en een maand. Zo lang is Merel in de Spruitjesdoos geweest, net zoals Kobe, overigens. 8 april 2011, toen is ze gestart. Ze is er al die tijd dolgraag geweest, met al haar nukken en haar kuren, en ze heeft er massa’s geleerd. En vandaag was dus haar laatste dag. Cindy en Lyanne hadden een feestje voorzien: Merel was de prinses, droeg het prinsessenkleed, was geschminkt, had een kroon op, en was door het dolle heen. Er werden liedjes gezongen, pannenkoeken gegeten, en knuffels gegeven.

Ik nam haar pantoffeltjes mee, haar reservekleren en haar slaapbeestje, en Merel zei wel tien keer salu tegen Amelie en Mona, toen ik haar ging halen.

Ik weet wel zeker dat ze het niet goed beseft. Nooit meer naar haar veilige haven daar in de Spruitjesdoos, waar ze elk hoekje kent, waar ze Cindy door en door kent, en vooral ook vice versa. Maar ze is wel klaar voor de grote school, zoveel is zeker.

End of an era, zeker?

Zoals alle leraren heb ook ik ongeveer een uur toezicht per week.
Op dinsdagmiddag sta ik van kwart over een tot kwart voor twee aan de poort achteraan: pasjescontrole, toezicht op de fietsenstalling, en toezicht op de binnentuin van de school, waar vijf en zes mag zitten tijdens de pauzes.
In de winter sta ik echt aan het hek: dan wordt de binnentuin toch niet gebruikt, en zijn er ook weinig die over de middag met de fiets weg gaan. Als het zomert, stel ik me op een strategische plaats, waar ik alle drie de plaatsen in de gaten kan houden.
Omdat een kwartiertje om te eten écht wel weinig is, zeker als je dan nog een leerling hebt met een vraag, moet ik dan soms gewoon buiten eten. Meestal heb ik eten mee van thuis, en vaak is dat dan een schotel die ik enkel met een vork moet eten, zodat ik het al staande kan eten. Vandaag had ik echter gekozen voor de heerlijke koude schotel van de week, met veel rauwe groenten, twee geitenkaasjes met spek en honing, en een broodje. Wat je dus niet al staande kan eten. En dus is een mens al eens creatief.

Gelukkig kwamen er iets later een paar fijne vijfdejaars toe, die ook nog een slaatje bij hadden, en even een tafel en een paar stoelen van onder het afdak haalden, zodat we gewoon rustig konden eten. Zalig in de zon, genietend van het mooie weer, en ondertussen een oogje houdend op de binnentuin, de fietsen, en alle pasjes van de leerlingen die naar binnen wilden.
Ik moet zeggen: er zijn ergere manieren om te werken.

De binnentuin van onze school. De aanwezige leerlingen hadden op dat moment geen les.
Net zoals bij de jongens, toen ze die leeftijd hadden, zijn verhaaltjes nog niet aan Merel besteed. Liedjes daarentegen…
Wanneer ik haar in bed stop, moet ik erbij kruipen. Dan vlijt ze zich tegen me aan, neemt ze haar koetje in de ene hand, de duim van de andere hand in de mond, en luistert ze. Eerst bespreken we de dag, en soms vertelt ze me ook zelf iets uit eigen beweging. Maar dan moet ‘ootbosje’ gezongen worden, ofte Roodborstje. En daarna komt onvermijdelijk ‘Slaap kindje slaap’, dat ze meestal zachtjes meezingt.
Meer dan een knuffel heeft ze daarna niet meer nodig om rustig in haar bedje in slaap te vallen. En ik, ik zou ze op kunnen eten van graag te zien.

18 pakjes kleurkrijt, als afscheidscadeautje in de crèche.
Ik weet niet hoe dat bij u zit of zat, maar mijn jongens verslijten jeans- en andere broeken aan de lopende band. Een paar dagen geleden vertrok Wolf met een broek in perfecte staat (ik had er nog op gelet) naar school, en kwam hij ’s avonds thuis met twee grote gaten op de knieën. “Ha ja, mama, ik was keeper!”
Zucht.
Ik koop dus enkel nog jeans uit de Hema of de H&M en dergelijke, voor gemiddeld tien euro per stuk, want lang gaan ze niet mee.
En nu ben ik een hele reeks shorts aan het maken. Ik zat me dat te bedenken toen ik een jeansbermuda van Wolf in handen had: waarom geef ik daar geld aan, als ik die zelf kan maken uit zijn kapotte jeansen? Want ja, aan de rest van de broek mankeert er meestal nog totaal niks. Dus zit er nu oranje draad in mijn naaimachine, en ben ik netjes broeken aan het inleggen. Moeilijk is het niet, als je een goeie machine hebt.
En Wolf heeft een hele reeks ideale broeken voor op kamp en zo. Double win.

Merel in haar nieuwe jasje en rokje
Een echte opendeurdag hebben we niet, in het Koninklijk Atheneum Mariakerke. Eigenlijk hebben we die ook niet nodig: onze school zit nu al stampvol. En voor de nieuwe leerlingen die nu nog in het zesde studiejaar zitten, is er uiteraard een aparte infoavond, waarbij ze alle informatie krijgen die ze nodig hebben, en waar ze nog extra vragen kunnen stellen en een rondleiding krijgen.
Maar er is dus wel KAM op zijn kop. Die dag zijn er niet alleen de algemene infosessies over de verschillende studierichtingen in de hogere graden, je kan er ook lekker blijven eten (schitterende stoverij van varkenswangetjes, met frieten, rauwe groenten, en een niet te versmaden zelfgemaakte tartaarsaus).



Mét muzikale omlijsting, zelfs.


En vooral: het gaat om ons uitwisselingsproject met Kiruhura in Rwanda. Er is een stand van de OxKam, ofte de fairtradewinkel ism. Oxfam. Je kan info krijgen over het project in Rwanda, uiteraard, en er zijn workshops. Was het niet dat ik samen met een collega de workshop Handwerklol (of zoiets) gaf, ik was gaan line dansen, echtig waar. Maar ik heb een leerlinge geleerd hoe ze een klein tasje moest haken, een ander heb ik de granny square aangeleerd, en een aantal andere leerlingen heeft van een paar sokken een aapje gemaakt, onder leiding van mijn onvolprezen collega.





Ik heb een fijne dag gehad, en ik denk de aanwezigen ook. Bent u er volgende keer ook?

Onderzoekscompetenties, het is iets waar het ministerie ons een aantal jaar geleden mee heeft opgescheept, maar waar nog altijd niemand honderd procent van weet wat nu precies de bedoeling is.
We hebben er al ettelijke uren over vergaderd, en zijn tot een consensus gekomen. Van die klasprojecten doe ik nu dus niet meer, eerder individuele werkjes. Dat kan vanalles zijn, van een ingediende paper, tot een presentatie, iets zelfgemaakts, of een les.
Dit jaar zijn ze vandaag binnengekomen, en ik ben serieus benieuwd naar sommige ervan. Zeg nu zelf:
- Intoxicerende middelen in de Romeinse Oudheid
- Nova Roma: de stichting van Constantinopel
- Veenlijken in Tacitus’ Germania
- Wat zijn de gelijkenissen en verschillen tussen het gedicht Marsua van de vijftiger Hugo Claus, en de klassieke tekst van Ovidius?
En dat zijn er maar een paar. Er is een leerlinge die een fresco heeft gemaakt, en iemand gaat les geven over de allegorie van de grot van Plato. Eigenlijk maakt het niet veel uit, zolang ze maar zelf onderzoek hebben gedaan.
Wijs, he?
Ook al was het deze morgen serieus aan het druilen, ik moest de stad in vandaag. Ha ja, want gisteren heb ik de winterjassen gewassen, en ik ben niet van plan die opnieuw uit te halen. Maar Merel, het dutske, heeft geen regenjasje. Deze morgen heb ik haar zover gekregen dat ze een jeansjasje aantrok, maar ik had al door dat dat geen wet ging zijn voor de volgende dagen, helaas. En dus moest ik een regenjasje zien te vinden, ook al omdat het kind binnen een dikke week naar school gaat, en ze daar zeker een jasje moet hebben.
Bon. Ooit al eens geprobeerd om voor een tweeënhalfjarige een jasje te vinden dat niet roze of donkerblauw is? Hmm? Ik was eerst nog naar de C&A aan de Wondelgemstraat gereden, maar helaas. Dan toch maar ‘t stad in, bleh. Gelukkig was het intussen gestopt met regenen, of ik had helemaal een pesthumeur gehad.
Geparkeerd in de Sint-Michielsgarage, en via de Hoornstraat naar de Veldstraat. Niks in de Zara. Enfin, alleen beige, en ook dat kleur is een no-go, sorry. Niks in de H&M, want enkel roze, en dan nog. Niks in nog wel een paar winkels, ik weet het zelf niet meer hoeveel ik er afgelopen heb. Uiteindelijk heb ik iets gevonden in de C&A: felpaars, met een -jawel- roze giletje erin gewerkt, zodat je ofwel een gevoerd jasje hebt, ofwel twee losse stuks, al naargelang. Het was wel nog een 92, maar een 98 was al niet meer te vinden, en ze kan er nog in, meestal is een 98 zelfs te groot. Enfin, zelf is ze er dol op.
Voor mezelf heb ik dan nog een rood hoedje van 19 euro meegenomen, en vooral ook verse thee en koffie uit de Javana (in de Hoornstraat, naast de Dille & Kamille). Ik had er gekregen van mijn Secret Santa en was er dol op, en ben nu dus verse thee gaan halen. Ik kon ook niet weerstaan aan verse koffiebonen, en een heerlijke meeneemkoffie, een latte, voor 1,60 euro, zeg nu zelf… Ik denk dat ik er een nieuw favoriet adresje bij heb.
Enfin, tegen de middag was mijn humeur toch opgeklaard. Nu het weer nog.

Javana, in de Hoornstraat naast Dille & Kamille. Een echte aanrader.
Een vrije, vrij zonnige en mooie dag, en wat doet een mens dan? Gaan wandelen, tiens. Omdat ik de vorige keer onder mijn voeten had gekregen dat ik mijn ma niks had laten weten, deed ik dat deze keer wel, en dus stonden mijn ouders ons om half vier op de parking van het Claeys-Bouüaert in Mariakerke op te wachten.
Ik heb er een blogpost over geschreven op Gentblogt, maar hier krijgt u van mij nog de familiefoto’s van de dag, want die staan uiteraard niet in de algemene post. Die vindt u overigens hier terug.















We gaan al jaren af en toe samen weg, mijn twee middelbareschoolvriendinnen en ik.
Vroeger gingen we op WWW, op Wilde Wijven Weekend, met nog een aantal vriendinnen. Later werd dat omgezet in samen gaan eten. Maar nu was het gigantisch lang geleden, en gingen we gewoon samen iets drinken. In The Old Fashioned, u krijgt nog wel eens een bespreking van me.
Ik dronk er een cocktail, een heuse cocktail met alcohol en al. The Cuberdon, geef toe, ik kon er toch écht niks aan doen? En hij was lekker. Prijzig, dat ook, elf euro voor een klein glas, maar wel lekker.

Het werd, zoals altijd, een fijne avond. Dat is zo met mensen die je al dertig jaar kent, en aan wie je dus niks meer uit te leggen of te bewijzen hebt. En die het na dertig jaar toch nog altijd de moeite vinden om eens af te spreken.
Here’s to you, girlies!

De dag begon behoorlijk druk. Eigenlijk wilde ik, net zoals gisteren, te voet met de kinderen naar school gaan, met Merel in de buggy. Vandaar zou ik dan Merel naar de crèche brengen, en dan terug naar huis, een ochtendwandeling van alles bij elkaar drie kwartier. Helaas, vannacht is Wolf uit zijn bed gedonderd, met een Tom-en-Jerrybuil als gevolg (zo ene als een duivenei) en een serieus diepe snee in zijn voet, van tegen het nachtkastje te botsen. Don’t ask, dat doe ik ook niet. Hij loopt serieus te manken, en het ziet er ook wel pijnlijk uit. Ik heb ze dus maar met de auto afgezet, en heb daarna de kuisvrouw geholpen bij het opruimen.
Ha ja, want tegen tien uur kwam Sophie langs, een vriendin van bijna dertig jaar geleden. We hebben namelijk samen de eerste jaren van ons middelbaar gedaan, waren toen echt wel bffs, en zijn contact blijven houden. De laatste jaren was dat wat verwaterd, maar door omstandigheden hebben we de draad terug opgepikt. En dus zat ze deze morgen bij mij op het terras koffie te drinken, en kletsten we zoals vanouds, alsof we elkaar pas vorige maand nog hadden gezien, in plaats van negen jaar geleden.
Tegen half één trok ik richting Korenmarkt voor een twunch. Het eten zelf hebben we binnen gedaan, want op het terras was geen plaats voor een groep van acht, maar daarna hebben we buiten in de zon koffie gedronken. En man, ze brandde, die zon. Ik had nog al lachend gevraagd of ik geen zonnecrème zou meenemen, en dat had ik dus beter gedaan.
Tegen half drie ging ik even binnen in de Hema, keek of er Tshirts te vinden waren voor Wolf in de H&M, waaide even langs in de Steps, kocht twee ringen bij M.A.R.T.H.A., en was net op tijd thuis om de jongens op te vangen die van school kwamen. Ik reed het gras af, plantte wat bloemen uit, en stelde toen vast dat ik toch eigenlijk écht wel verbrand was op mijn bovenarmen en in mijn décolleté. Slimme. Ik had er eigenlijk gewoon niet bij stilgestaan. Het was zelfs op het randje van het pijnlijke, en ik was blij dat ik Flamigel in huis had.
Ik haalde Merel vrij vroeg op in de crèche, we aten buiten, en ik zorgde dat ik rond kwart na zeven met de jongens in de Weight Watchers stond. Ik liet me enkel wegen (man, zó’n slecht resultaat!) en reed meteen terug naar huis, om de kinderen in bed te steken.
En smeerde. Serieus gasten, dat weer hier, dat is echt alles of niks. Kunnen we niet eerst even rustig wat kleur opbouwen, nee?

Parapluschild. Tegen waterpistoolaanvallen, uiteraard.
Vorig jaar (of is het er echt al twee?) deed een kennis van me haar skeelers weg, compleet met knie-, elleboog- en polsbeschermers. Omdat ik eigenlijk wel vrij goed kan ijsschaatsen en dat graag deed, wilde ik ze wel. Ik heb het toen een paar keer geprobeerd, maar de straten rondom ons huis liggen echt behoorlijk oneffen, en als je het dan niet goed kan, val je wel een paar keer.
Vandaag had ik een lumineus idee. Bart kon op tijd Merel ophalen aan de crèche, zodat ik niet over en weer hoefde te rijden tijdens de jongens hun rugbytraining. Ik had dus anderhalf uur de tijd aan de Blaarmeersen, waar geen auto’s rijden en de paden vrij glad liggen. Ik heb mijn skeelergerief meegenomen, en over mijn jeans aangetrokken. Ik hoef u niet te vertellen hoe prachtig het weer was, en ik heb ervan genoten.
Bij het vertrekken was het nog wat aarzelend, maar al gauw haalde ik toch wel behoorlijk wat snelheid en genoot ik ervan. Slechts één keer ben ik gevallen, toen ik nogal overmoedig van asfalt naar een ouder pad overging, en het ribbeltje daar niet had gezien.
Het is trouwens bijna niet te doen om te rolschaatsen op de oudere paden rond het water zelf: het ligt er zó oneffen dat je maar heel traag vooruitgaat, en je je vooral op de weg moet concentreren, waardoor het plezier wat weg is. Jammer, want ik zag een toertje rond de Blaarmeersen zelf eigenlijk wel zitten.
Enfin, ik heb dus al bij al meer dan een uur rondgeschaatst, ik zag bloedrood (deels ook van het buiten zitten ’s middags) en was aan het zweten, maar man, heb ik daar van genoten zeg! Ik ga dat echt meer proberen doen.

De Blaarmeersen op een warme avond, rond half zeven ’s avonds.
Eigenlijk was ik nog nooit met de kinderen naar de tandarts geweest. Toegegeven, mijn ma (tandarts op rust) had al een paar keer hun tanden nagekeken, maar da’s toch niet helemaal hetzelfde.
En dus togen wij vandaag met ons drieën naar de tandarts, de jongens met een nodeloos bang hartje. Want ah ja, over de tandarts doen de wildste verhalen de ronde, en ze waren er toch niet gerust in.
Wolf mocht eerst de stoel in, er werden fotootjes genomen voor de zekerheid, hij werd goedgekeurd, en meteen werden ook de diepe groeven in zijn nieuwe kiezen wat opgevuld, zodat er niet zoveel eten in blijft hangen. De ‘naden’ tussen zijn kiezen werden ook met wat extra fluor versterkt.

Kobe kwam daarna, en kreeg enkel een grondig nazicht, meer was niet nodig. Het kind was ongelofelijk opgelucht.
Maar ook ik, die toch het gevoel had dat ik weer gaatjes ging hebben, ging vrijuit! Ze heeft wel mijn tanden gezandstraald (ze noemde het effectief zo, en het had ook wel dat gevoel, die korrelige substantie in mijn mond) zodat ze een pak gladder en wat witter zijn.
Enfin, 182 euro (gene zever) later stonden we weer buiten. Nog een chance dat de mutualiteit daar voor het grootste stuk in tussenkomt!

Op zich is het feit dat Kobe leest niet zo verbazingwekkend, denkt u wellicht. Mensen plegen al eens te lezen, dat is waar.
Maar Kobe is vijf jaar, en zit in de derde kleuterklas. Hij heeft zichzelf dus leren lezen, en nee, ik heb hem daar écht niet bij geholpen. Ik wilde hem namelijk geen voorsprong geven in het eerste leerjaar, zodat hij er zich niet zou vervelen. Maar met wat hulp van Wolf heeft hij het dus zichzelf geleerd.
Daarnet had hij Wolfs taalboek uit het derde leerjaar genomen, en heeft hij de eerste leesles daaruit voorgelezen. Nog niet met veel intonatie, dat is waar, maar wel vrij vlot. En gisteren zat hij zijn zusje voor te lezen uit een van haar boekjes, met toch wel vrij lange woorden.
Rekenen kan hij intussen ook al op het niveau van midden tweede leerjaar. Gewoon schrijven kan hij nog niet, maar hij gebruikt wel drukletters voor vanalles en nog wat, en schrijft eigenlijk zeer behoorlijk.
Mja.
We gaan daar nog wat mee tegenkomen, ik zeg het u.
Voor de niet-Gentenaars: nee, ik ben geen boomknuffelaar geworden, ik heb het – uiteraard – over het Gentse Stadsmuseum. Vandaag hadden we nog niet direct plannen, en ik wilde de kinderen ook niet de héle dag op die Nintendo 3DS laten spelen. En dus gingen we na de middag, met een omweg langs de Zeeman om breiwol (ik ben een vest aan het haken, ik schrijf er nog wel over) en de Game Mania om de laatste Skylander, richting Stam.
Ik heb er – hoe kan het ook anders? – een verslag over geschreven voor Gentblogt, en u kan het hier vinden:
Eigenlijk hadden we gerust nog langer kunnen blijven, denk ik, maar ik wilde op tijd thuis zijn om Mereltje te halen en zo. En voor de jongens was het al bij al alweer een fijne dag, zeiden ze.

Een paar weken geleden zat er een mailtje in mijn box: of ik soms zin had om met de kinderen naar Antwerpen te komen, om kennis te maken met het nieuwe spel Luigi’s Mansion 2 op de Nintendo 3DS XL? Meer bepaald, om eerst een spokenwandeling te maken, en dan in een ’spookhuis’ het spelletje zelf uit te testen?
Hmm.
Ik stelde de vraag aan mijn jongens, en die stonden onmiddellijk met blinkende ogen op en neer te springen, letterlijk. Ja dus. Ze hebben een gewone DS, maar nieuw speelgoed dat wat meer kan, is altijd leuker natuurlijk. Zeker als je er dan achteraf mee kan uitpakken bij de vriendjes.
En dus reden wij deze avond rond een uur of zes naar Antwerpen. Alwaar we prompt in een file op de E34 verzeilden, en daarna de Nationalestraat afgesloten zagen. Met een bord: “Volg Kronenburgstraat”. Alleen was die ook afgesloten, en was dat ook het enige bord dat we vonden. Ik vermoed dat we nog tien minuten zijn kwijtgespeeld met rondjes rijden tot we toch nog Parking Meir vonden. Daar stond iemand ons op te wachten om ons bij de rest van de groep te brengen, want de spokenwandeling was al begonnen natuurlijk. Ze waren al van ver te herkennen, overigens: twee knalgroene Luigi’s, waaronder een met de kenmerkende snor, gingen voorop.

Of dat was althans het plan, want zo dapper waren die Luigi’s nu niet bepaald. Het zwartgeklede heerschap dat ons rondleidde, deed dat met zóveel genoegen en vertelde zijn verhalen over Lange Wapper en c° met zoveel verve, dat hen de schrik nu al om het hart sloeg. En dan moesten ze nog dat spookhuis in!


Enfin, tegen acht uur stapten we op een huis af, waarin volop spinnenwebben en groen licht voorradig waren, en waar vooral een bijzonder fijn achterhuis was, achter in de tuin, met massa’s zeteltjes, zitkubussen, en vooral massa’s 3DSsen. Veel uitleg had de jongere generatie duidelijk niet nodig: met ware doodsverachting stortten ze zich op de spelcomputertjes en sloegen spontaan aan het spelen. Het enige geluid dat nog te horen viel, was het gebabbel van de volwassenen, het gekraak van spokenchips en de occasionele vraag: “Zeg, hoe vangt gij die muis die de sleutel heeft?” “Weet gij waar die stofzuiger verstopt zit?” of de uitroep: “Moh, ge moet ne keer dat gordijn opstofzuigen, daar zit wat mega gerief achter zeg!”

Het doel van het spel is dus met Luigi en zijn super Spokenzuiger 500 alle kamers spokenvrij te maken. Alleen is dat niet zo evident als het klinkt, en stribbelen sommige spoken nogal hardnekkig tegen. Maar de jongens vonden het fantastisch, en toen ze te horen kregen dat ze een 3DS met het spelletje erbij mochten lenen voor een tijd, vonden ze het al helemaal de max. En met de stressbalspookjes lopen ze al de hele tijd rond.

Enfin, een zeer geslaagde avond dus
(Althans tot dan, want daarna zijn we – hoe stom kunt ge zijn? – nog zonder diesel gevallen op de E34, hebben we meer dan een uur gewacht op de VAB die ons naar een tankstation heeft gesleept, en was het tien voor één voor we thuis waren. Maar dat lag gelukkig niet aan het spelletje.)
[There is a video that cannot be displayed in this feed. Visit the blog entry to see the video.]

Op bezoek bij Aidan, eindelijk
Vorige week kwam Bart plots af: “Zeg, als ik nu dinsdagnamiddag eens vrijaf neem, zodat we samen naar de Rozebroeken kunnen gaan zwemmen? Wat denk je?” De jongens sprongen een gat in de lucht. Ik had sowieso gepland om vandaag te gaan zwemmen met hen, maar met papa erbij is dat nog véél leuker!
Merel moest in de crèche blijven, het dutske, want ook al speelt ze heel graag in het water, zo’n recreatiebad als dat van de Rozebroeken is niks voor haar. Enfin, er zijn wel genoeg plonsbadjes met speelgoed, maar dan moest er altijd een van ons bij haar blijven, en dat was niet de bedoeling.
We gingen eten in het Lepelblad

en reden daarna naar het zwembad.
Ik schreef er een uitgebreide bespreking over voor Gentblogt, en die kan u, mét foto’s, hier lezen:
Gentblogt: zwembad Rozebroeken
Daarna wilden we wel een vieruurtje, en trokken we de trap op naar Rest-eau-Café. Best gezellig zitten daar, overigens.

Wolf wilde een ijsje, Kobe nam een pannenkoek (drie euro voor twee grote pannenkoeken met suiker, goeie deal!), Bart ging voor verse fruitsla, en ik, ik twijfelde. Ik had nog wel wat Weight Watcherspunten over, en had wel zin in een dessertje. En toen zag ik ‘ijssoezen’ staan. Hmm. Meestal is dat dan een coupe met een soesje of vier, overgoten met wat chocoladesaus. Ach ja, dat moest wel kunnen.
En toen kwamen ze met dit af:

Om te weten hoe groot die soezen wel waren, moet je maar eens naar de vorken kijken. En nee, dat zijn geen dessertvorkjes. De slagroom heb ik laten liggen, net zoals een deel van de chocoladesaus, maar de rest heb ik toch binnengespeeld. En ’s avonds heb ik één boterhammetje en wat fruit gegeten. Meer was trouwens niet nodig, na die soezen had ik nauwelijks nog honger. Amai zeg.
Enfin, het was een fijne middag. Welzeker.

Wat doet ne mens op zo’n rustige maandag in de vakantie? Tsja… Veel musea zijn er niet bepaald open. En dus gingen wij in de voormiddag op zoek naar breiwol, even bij mijn grootmoeder langs, om boodschappen, en dan na de middag (en een heus watergevecht met de nieuwe waterpistolen) naar de Tuin van Kina, hier in Gent, op amper vijf minuten rijden van ons deur.
Ik heb er een artikel voor Gentblogt over geschreven, met een massa foto’s. Ik zie het niet zitten om al die foto’s hier ook nog eens in te gaan zetten, dus je moet het artikel hier maar gaan lezen:
Alvast één fotootje krijg je wel, en da’s er eentje dat ginder niet staat, omdat het te persoonlijk is voor een stadsblog. Enfin, vind ik toch.


101, mensen, 101. Stokdoof, dat wel. En gij nu.
Als in: eerst op bezoek bij Barts familie, daarna bij de mijne.
Taart dus, bij de schoonouders, en de taart mocht er zijn!
En Barts metekindje Liv, dat in het begin altijd nog wat moet wennen, had na een tijdje ongelofelijk veel plezier om bovenop mij te klimmen. Ha ja, met een hoogzwangere mama is het soms moeilijk onnozel doen.




Wolf kreeg er trouwens ook heel speciaal nieuws: hij werd gevraagd om peter te worden van de nieuwe baby! Zodat het kind later op café kan gaan met zijn peters :-p Voorlopig is Bart dan nog wachtpeter…
Rond half vijf reden we door naar Zomergem, naar het verjaardagsfeestje van mijn metekindje Marie-Julie, die drie jaar werd. Ook daar was al taart genuttigd, maar wij kwamen toe voor de aperitief, en vooral voor de Breughelmaaltijd daarna. Uiteraard werd er gespeeld, onder andere ook met Marne, het dochtertje van mijn andere broer. Dat zal nog wat geven later, al die meisjes samen… De jongens hebben we overigens niet gezien of gehoord, die hebben de hele tijd boven gespeeld.







Merel slaapt sinds een paar dagen in haar grote bed. Definitief. Twee weekends geleden had ze wel haar middagdut in dat grote bed willen doen, maar ’s avonds klonk het met een bedeesd stemmetje: “Mama? Merel kleine bedje slapen!”
Ik weet niet hoe het komt dat ze nu toch plots die ommekeer heeft gemaakt, maar het is nu haar grote bed geworden. Ik had er niet bij stilgestaan dat dat voor kleine meisjes nog geen evidentie was, en de eerste nacht is ze dus grandioos uit dat bed gevallen. Gelukkig heeft ze zich geen pijn gedaan, ze was alleen flink geschrokken. Ik ben meteen naar de garage gelopen, en heb de zwemteut onder haar matrasovertrek gestoken, zodat ze er niet meer kon uitrollen. Ze was meteen gerustgesteld, en sliep dadelijk verder, gelukkig.
Vandaag heb ik dan haar kamer grondig onder handen genomen: haar kleine bedje is afgebroken en opgeborgen, ik heb een nieuw overtrek dat bij haar kamer past, opgelegd en meteen ook het ‘valhekje’ geïnstalleerd, en gewoon algemeen opgeruimd, met zeer bevredigend resultaat. Ze was er in elk geval wild enthousiast over.

Nu alleen nog eens tijd vinden om het bedje zelf opnieuw te schilderen, want vooral de schuiven zijn nogal verkleurd.

Nu ja, woede kan ik het niet noemen, eerder bittere noodzaak.
Mijn bureau was gisteren aan de beurt, en dat was ook dringend. Zelfs Zapnimf had opgemerkt, zo langs haar neus weg: “Zeg, kunt gij daaraan werken? Nee toch?”
Enfin, speciaal voor haar dus ten getuige:

Daarna zijn de jongens en ik ook in hun kamer in actie geschoten: zij hebben alle oude ‘kunstwerkjes’ uit hun schuiven gehaald, gefotografeerd wat ze leuk vonden, gehouden wat ze echt wilden, en de rest weggegooid. Alle schuiven zijn uitgemest, hun boekenrekken in orde gezet, de kasten en bedden van plaats veranderd omdat het vakantie is en ze naast elkaar wilden slapen, het bureau opgeruimd, en alles eens grondig gekuist.
Het resultaat mag er best zijn:



Daarna zijn ze nog met het speelplein gaan zwemmen, en ze waren compleet steendood toen ze terugkwamen. Daarom hebben we deze morgen verdergewerkt, nog voor we naar de Ikea zijn getrokken, en uiteindelijk in de namiddag alles afgewerkt.
Go us!

Ik was het zo’n klein beetje vergeten, maar bij deze. Zijn wiskunde is duidelijk beter dan zijn taal, al hebben we daar ook niet te klagen.


Een klein meisje dat wakker werd in haar grote bed.
Wanneer je de kinderen uit huis hebt geschopt, kan het wel eens zijn dat je met een puinhoop overblijft. Toch als je nog de vaatwas moet uitlegen, snelsnel cadeautjes hebt ingepakt, en er eigenlijk gewoon een rommel hebt van gemaakt.
En dan krijg je dit, als je er een half uur stevig invliegt. Het was nodig.


Een paar dagen geleden kreeg ik een SMSje van een vriendin: of de jongens geen zin hadden om naar het verjaardagsfeestje van Bo te komen, in Pretland. Ze had samen met haar beste vriendje twaalf kinderen uitgenodigd, maar er konden er amper twee, door de paasvakantie vermoed ik. En een verjaardagsfeestje met vier is een beetje zielig, nee? Mijn jongens zeiden volmondig ja: Bo mag dan amper vijf worden, de jongens zijn zot van haar, en vice versa. En Wolf gaat perfect met kleintjes om, dus ook daar was niet direct een probleem.
Ik heb dus de jongens om iets over elf in een bijzonder rustig Pretland afgezet, ben zelf naar huis gereden, heb wat werk verzet, ben ze om drie uur weer gaan ophalen (moe en bezweet, zo moet dat), en ben dan met hen te voet de spoorwegbrug aan de Wiedauwkaai overgestoken, om ze ietsje verderop op het speelplein af te leveren. Ik had gevraagd of het een probleem was dat ze een uurtje later kwamen, en dat bleek perfect te kunnen. Er moesten nog zaadbommen gegooid worden op het terrein van Loods 21, vandaar.
Maar wat ik dus niet snap, is dat er geen zebrapad kan komen daar aan de Wiedauwkaai. Het is daar ongelofelijk gevaarlijk, maar toch steken er massa’s fietsers over, want het is een heel mooi fietspad en de officiële noord-zuid-fietsverbinding. Ik heb me laten vertellen dat het te maken zou hebben met het feit dat de brug van Infrabel is, en in feite niet mag gebruikt worden door voetgangers en fietsers. Er staat effectief ook een verbodsbord voor voetgangers, maar aan de andere kant zijn er wel weer hele mooie automatische hekjes en zelfs kleine rode lichtjes wanneer de brug opengaat, zo’n twintig minuten per uur.
Ik snap dat dus niet: het is weer zo’n typische hypocriete Vlaamse toestand: de officiële fietsroute gaat over die brug die in feite niet mag gebruikt worden, en dus kan er geen zebrapad komen. Terwijl er eigenlijk zelfs nood is aan voetgangerslichten, zo van die oranje pinklichten die op verzoek verspringen. Gans die Wiedauwkaai is een van de redenen dat ik niet per fiets met de kinderen naar het speelplein ga…
Gent: prachtige stad, maar er is nog werk aan de fietswinkel, zoveel is duidelijk.

Vandaag kreeg ik onvolprezen bezoek dat helemaal uit Kapellen naar hier kwam getuft. Om dan puffend te verzuchten: “Zeg, gij woont ook nogal goed weggestoken zeg!” Zei degene die in een half bos woont, overigens. Kan ik er aan doen dat haar GPS het vertikt om het eerste half uur in gang te schieten, of dat zijzelf niet zo goed is in het lezen van huisnummers? Ik zal mijn bejaarde buurvrouw straks nog gerust moeten stellen, dat dat rare vrouwmens dat in haar tuin rondwaarde, géén stalker was, of een vooruitgestuurde informant van een bende Russische inbrekers.
Enfin, kwart over elf zat er dus ene Zapnimf aan mijn keukentafel sappig te vertellen over koetjes en kalfjes, fietsperikelen, schoolvorderingen, scrums, bouwplannen, carports, bed and breakfast, en nog wel een paar onderwerpen. Onderwijl stak ik een quiche in elkaar (”Goh, maar die ken ik! Da’s die van dat recept van de Colruyt! Op de blogmeet had ook iemand die mee!” “Ja, ikke, tiens.”), besnuffelde zij mijn huis en glorieerde over de vaststelling dat haar huis niet het enige is dat er af en toe nogal rommelig bij ligt, en taterden wij honderduit verder.
En passant gingen we een koppel kinderen afgooien aan het speelplein, toonde ik haar vol trots het kantoor van mijn liefste, dronken we luie-wijven-cappuccino en aten taart op mijn terras, en pronkte zij als een ware pauw met haar nagelnieuwe golf. Of, voor de mensen met een meer beschaafd vocabularium, wollen vest. Gilet, quoi. Valt het op dat ik er jaloers van ben?

Enfin, het werd een bijzonder aangename middag, tot het plots vier uur werd, en zij in ware Assepoesterstijl zich in haar auto repte, om toch maar de files rond Antwerpen en de gesloten Waaslandtunnel voor te zijn.
Tsja, mens, moet ge maar in Gent komen wonen he!
Toen ik vorige week rondkeek voor de Buitenspeeldag, was ik er dus op uitgekomen dat er een speelplein was aan Meulestede, in het parkje aan Barts kantoor. Dat is dus met een heuse speelpleinwerking en al! Had ik dat eerder geweten…
In Wondelgem is er namelijk niks van die aard, geen speelplein of niks. Ik kan de kinderen wel naar de opvang op school sturen, maar dat kost 14 euro per dag per kind (zonder eten of vieruurtje), en eigenlijk vinden ze het er niet zo tof. De juffen mogen dan misschien een bijscholing gevolgd hebben waardoor de prijs van negen naar veertien euro is gegaan, maar elke keer als ik er kom, zitten ze gewoon te kletsen, en zitten de kinderen te kleuren of onderling te spelen. Tsja…
Maar nu hebben we dus een heus speelplein gevonden, gratis, met monitoren en activiteiten en alles. Ze hebben een gebouwtje dat er piekfijn uitziet, met propere toiletten, veel speelgoed, en alles erop en eraan, en een gans park en grasveld. Wolf en Kobe zijn vandaag voor de eerste keer geweest, van twee tot vijf, en hebben zaadbommen gemaakt die ze morgen op braakliggend terrein gaan gooien in een spel.
Ik kan de jongens uiteraard ook gewoon bij mij thuis houden, maar dan zijn ze na een tijdje strontverveeld, en beginnen ze ruzie te zoeken. En nee, schermtijd uitbreiden vind ik geen optie, ze zitten nu al genoeg op hun iPads en tv te staren.
Er zijn trouwens ook activiteiten op woensdagnamiddag, dinsdag na school, en op zaterdag. Misschien dat ze ook af en toe dan naar ginder kunnen, als ze daar zin in hebben. Het enige nadeel eraan is dat ik hen met de auto moet brengen: het is te ver om te voet te gaan, en met de fiets vind ik het écht niet veilig met de kinderen (en eigenlijk momenteel ook veel te koud).
Ze waren hondemoe en hondesmerig toen ze thuiskwamen, en hadden zich bijzonder goed geamuseerd. Ze zijn onmiddellijk de douche ingedoken, en zijn daarna uitgeteld in hun pyama in de zetel gaan liggen. Meer moet dat voor mij niet zijn, eerlijk gezegd. Al zou ik het wel fijn vinden mocht Wolf niet elke dag keeper spelen en zijn broek naar de vaantjes helpen. Ach ja. Hij is maar één keer negen, zullen we maar denken.

En toen bracht ik met de buggy, goed ingeduffeld, een klein paashaasje mee naar huis.
En ik die dacht dat het gisteren al een luie dag was… Bart was ook thuis (toch voor het grootste deel van de dag, hij is een paar uur zijn administratie gaan bijwerken), kookte, en wij luierden erop los.
De zon scheen, het was toch al zeven graden buiten, maar de zon deed haar best, en je kon bij momenten zelfs je winterjas uitdoen, buiten op het terras. Dus heb ik was opgehangen, struiken gesnoeid, het terras opgeruimd, beide tuintafels gekuist, en er eigenlijk serieus van genoten, samen met de kinderen. Bart heeft zelfs nog het gras afgereden!
Onze tuin ziet er al bijna lente-achtig uit. Zou misschien zo ook wel eens mogen, op de eerste april. Maar eigenlijk zaten we al bij al toch vrij snel weer binnen, lekker warm in de zon in de zetel, achter glas. En keken we een filmpje, en genoten van een dagje vakantie.

De kinderen hebben de hele dag in pyama gelopen, en zelf vond ik dat er niks moest. Een rustig ontbijt, wat lummelen, vechtende kinderen uit elkaar halen, koffietje drinken in de zon die toch anderhalf uur heeft geschenen, Bart uitzwaaien die naar de Ronde ging kijken, dat soort dingen.
Eten was er nog meer dan genoeg over van gisteren, dus koken hoefde ook al niet. Merel deed een stevige dut, en ik wilde eigenlijk op mijn gemakje naar de Ronde kijken, maar helaas, de jongens verveelden zich en begonnen elkaar te ambeteren.
En dus hebben we maar geknutseld: paaseieren maken van wol. Ofte: blaas kleine ballonnetjes (type waterballon) op, drenk serieuze einden wol in lijm, en draai die rond de ballonnen. Laat drogen, prik de ballon kapot, en je hebt een mooi eitje. Enfin, da’s toch de theorie.


Ik heb behangerslijm gebruikt, en ik ben niet zeker of dat wel een goeie keus was, want ik denk dat de lijm harder moet worden dan dat. De jongens hebben zich in elk geval een ganse tijd goed beziggehouden, maar ik vermoed dat ze wat karig geweest zijn met de wol, waardoor de eitjes niet genoeg vorm zullen hebben. Soit, we zien wel, desnoods doen we het nog eens opnieuw. Als bezigheidstherapie was het in elk geval wel geslaagd, ja.

Het was eigenlijk al lang geleden dat we nog eens volk hadden gehad. Om te eten en zo, bedoel ik. Ik had gisteren zitten denken over het menu, en was uitgekomen op:
* hapjes allerhande (ging Bart voor zorgen)
* mini-groentenquiches als voorgerecht
* tajine van kalkoen met wortels en gekonfijte citroen, met couscous
* kaastaart
Meer dan tijd genoeg, want dankzij mijn twee varkens die zodanig onnozel stonden te doen en luid te brullen in de badkamer, dat Merel er huilend van de schrik wakker was van geworden, was ik dus al vroeg op. Hmpf.
Enfin ja. We hebben dus eerst in de voormiddag nog koekjes staan bakken, want de jongens mochten in de namiddag elk naar een verjaardagsfeestje. Des te meer rust en tijd om voor te bereiden voor mij en Bart, want Merel deed een flinke dut.
Bart schilde een shitload aan wortels, en ik deed rustig de rest (wat overigens ongeveer evenveel tijd in beslag nam). Qua hapjes moest Bart eigenlijk niet veel uithalen, want met het restje van mijn bladerdeeg en wat gerookte zalm maakte ik aperitiefhapjes, en er was nog preisoep van ’s middags die ideaal was als klein glaasje.
De kleine quiches stonden klaar in de ijskast, en de tajine had vrolijk geprutteld, zodat ik ’s avonds eigenlijk quasi niks meer moest doen, behalve dingen in en uit de oven schuiven, en eventueel opwarmen.
Enfin, het werd een gezellige dag/avond, er werd weer oeverloos bijgekletst, en ik heb voor de verandering weer eens veel te veel gegeten.
Ach ja…

De kinderen hebben koekjes gebakken voor de verjaardagsfeestjes deze namiddag.
De laatste week was dan misschien geen gewone lesgeefweek, maar het blijft lastig: continu gemiddeld vijftig leerlingen op sleeptouw nemen, zorgen dat ze overal met hun tengels afblijven, mee zijn, in de gaten houden, en vooral veel rondlopen, veel meer dan ik gewoon ben.
Ik heb ervan genoten, van die voorbije week. Van de foto’s, van de workshop, van de dieren in de dierentuin, van het resultaat van de leerlingen vandaag, van het kletsen met collega’s… En ik moet zeggen: met die leerlingen van ons, daar kunt ge al eens ergens mee komen. Ze waren beleefd, vriendelijk, stil, gehoorzaam…
Maar toch ben ik blij dat het vakantie is nu. Ik ben moe. Niet alleen fysiek, maar vooral ook mentaal. Ik heb het een beetje gehad, en om dan nog je enthousiasme moeten overbrengen op een klas als je eigen enthousiasme ver te zoeken is, is nogal moeilijk. Dus ja, blij dat het vakantie is. Batterijen opladen, en dan een stevige eindsprint. Yup.

Wat gebeurt er als je in een leeg bad, waar net schuimwater in geweest is, de bubbels aanzet? Juist.
Met eigenlijk hetzelfde programma als dinsdag, dus opnieuw fotomuseum en dierentuin. Met tussenin een lunch in Al Dente (zeer fijne Italiaan, snel, lekker, en niet duur), en helaas geen ijsje meer wegens zo eigenlijk al te laat op de afspraak. Waar overigens alle leerlingen wél stipt op tijd waren. Mea culpa, gasten!
Enfin, meer beestjesfoto’s dus, maar deze keer met een pak minder zon. Maar de tijgers waren er nu wél! Helaas nog steeds geen panters en luipaarden te zien, ze waren nog steeds aan het werken aan de kooien.


















Elk jaar kijken de jongens daar op een of andere manier naar uit, ook al is er hier in Wondelgem geen ene zak te doen. Ik snap dat dus niet: zo’n grote gemeente, en geen speelpleinwerking, geen buitenspeeldag, gewoon niks voor de kinderen in de vakantie.
De website van de Buitenspeeldag leerde me echter dat er in de Voorhavenlaan, in het parkje tegenover Barts kantoor aan Meulestee, wél iets te doen was. Ik heb de kinderen na Wolfs muziekles dus vrolijk naar ginder gebracht, en jawel, er stond een springkasteel, er was een one-on-one voetbalarena gezet, er waren verschillende volksspelen, trottinettekes, tennisdingen, ballen, hoepels…



Het mag dan koud geweest zijn, er was een waterig zonnetje, en de jongens vonden het best wel leuk. En wat meer is: er blijkt ook in de vakanties in de namiddag speelpleinwerking te zijn, wat ideaal is als de jongens zich vervelen.
Allen in het vervolg daarheen, zou ik zo zeggen.
In de voormiddag: het fotomuseum. Met allemaal foto’s die duizend keer beter zijn dan de mijne, en die ik dan ook niet getrokken heb, uiteraard.
Een dagschotel in een echte Antwerpse brasserie, een ijsje (ondanks de vrieskoude) onderweg naar de dierentuin, en twee uurtjes daar buiten rondlopen, beestjes kijken, fotootjes trekken en vooral genieten van de zon. Met zeer fijne, beleefde, stipte en zeer aangename leerlingen. Zo mag elk project wel zijn. Ha ja, en liefst ook twintig graden warmer, dat wel, ja.

Prachtig art decohuis, zomaar in een zijstraat

Station vanop de Meir. Merk de staalblauwe lucht op…

Aan de ingang van de zoo





De leeuwen lagen buiten van de zon te genieten. Ofwel was dit het mannetje zonder manen, ofwel was dit een oma of zo.

De welp wilde knuffelen met zijn moeder, die dat ook even toestond…



… waarna hij genadeloos werd weggestuurd, richting pa

Ik weet niet hoe intelligent dromedarissen zijn, maar echt slim ziet zo’n beest er toch niet uit









Wel, ik heb eigenlijk een best fijne dag gehad vandaag.
Deze voormiddag heb ik een en ander opgestoken over sluitertijden, isowaarden, diafragma’s en perspectieven, wat ik eigenlijk wel nodig had: ik had me misschien wel een deftig fototoestel gekocht, maar kon er eigenlijk niet mee overweg, en liet het altijd op full automatic staan. Bon, ik beloof vanaf nu (af en toe) beterschap.
Ik had ook twee fijne groepen leerlingen toegewezen gekregen, met wie ik dan in de namiddag de ijzige kou trotseerde om eerst op het Braunplein, en vervolgens op de Kouter een aantal foto-opdrachten uit te voeren. Ik had zelf ook mijn toestel mee, maar liep eigenlijk gewoon wat rond, ik heb amper foto’s gemaakt. Daar was het eigenlijk te koud voor. En zeggen dat we vorig jaar nog buiten aten op een terrasje, diezelfde maandag, in plaats van de vrieskou te doorstaan. We zijn dan ook maar, toen de opdracht afgelopen was en er nog tijd over bleek te zijn, allemaal samen in het Damberd een warme choco gaan drinken, kwestie van op te warmen. ‘t Was nodig, bij sommige leerlingen.
Ik zwoer alvast bij mijn mouton retourné, een erfstuk van Barts tante, en gevoerde lederen handschoenen, en had uiteindelijk niet echt kou. Hopelijk lukt dat morgen ook weer.
Enfin, een paar foto’s van vandaag.









Eind maart, gasten, eind maart.
Ik had beter gezwegen, een paar dagen geleden.
Maar wie denkt er nu ook dat het eind maart nog zo zal sneeuwen en zo koud zal zijn? Toen het rugbytoernooitje voor de jongens hier in Gent uitgesteld werd van begin februari (ook al wegens de sneeuw) naar gisteren, zag ik dat al helemaal zitten: lekker warm(er), en aangenaam om te staan kijken. Yeah right.
Hier ligt er trouwens een centimeter of vier, en hoewel ze op het voetpad vrij snel wegsmolt, ligt er voor de rest toch een behoorlijk pak. En blijft het blijkbaar ook toch min of meer vriezen, getuige daarvan de ijspegels aan het houtafdakje.

Meh.
Ik wil toch wel echt lente hoor. Echt waar.

For the record: dit is wel degelijk vandaag, 24 maart, getrokken, en geen oude foto. Vier centimeter, jawel.

Vergeet anders eens dat je ’s morgens een banaan in je handtas hebt gestoken, en haal dit er dan ’s avonds uit…
Een tijdje geleden had ik uit de Zeeman een klein knikkerbaantje meegebracht. Je moet vooral letten op Merels reactie als ze ziet dat de knikker beneden is.
Wolf krijgt de slappe lach als hij naar dit filmpje kijkt…
[There is a video that cannot be displayed in this feed. Visit the blog entry to see the video.]

En dan stap je na een namiddag lesgeven in je auto…
Tsja, mijn neefje Nand kan er uiteraard ook niet aan doen dat hij vier jaar werd vandaag, en dat dat moest gevierd worden – uiteraard.
Zodoende zaten wij nog maar eens met de familie allemaal samen, taart en andere snoeperijen te eten, en gezellig te kletsen, terwijl de kinderen bijzonder luidruchtig boven aan het spelen waren. En Wolf, die net terug was van scoutsweekend, zat erbij, keek er naar, en zombiede vrolijk verder.

Al bij al wel een fijne namiddag, toch wel.

Uitslapen, het is iets dat ik eigenlijk niet echt meer kan. Toch niet zoals vroeger, wanneer je als student gemakkelijk tot na de middag in je bed kon liggen.
Ik hoor dat wel vaker van mensen, dat ze, sinds ze werken en kinderen hebben, niet echt langer meer kunnen slapen, ook al zijn ze moe. Mij lukt het geregeld om tot negen uur te slapen in ‘t weekend, als de kinderen stil genoeg zijn uiteraard. Alleen moet Wolf elke zaterdag om 8.30u op de muziekschool staan, dus dan heb ik sowieso pech.
Vandaag was er afgesproken dat Bart ging opstaan voor de kinderen. Wolf was weg op scoutsweekend, er waren er dus al maar twee meer. Rond half tien ben ik wakker geschoten van een huilende Merel, en ben ik gaan kijken. Bart zat net in de douche, en Kobe had een schaar afgepakt van Merel, want die mag daar uiteraard nog niet mee spelen. Gevolg: bleiting, natuurlijk. Tsja, nu ik toch op was, heb ik maar ontbeten met hen. En daarna vond ik dat ik eigenlijk toch nog wel een uurtje terug in bed kon kruipen, Bart had alles onder controle, ging boodschappen doen, en ging koken.
Ben ik wakker geworden om 14.15u. Echtig waar. Nooit gedacht! Maar ik was wel fijn uitgeslapen nu, natuurlijk ^^

Zo’n plak zou ik ook wel willen…
Dat hoort er natuurlijk bij, als je lesgeeft in het laatste jaar: ze houden een uitvaart (honderd dagen uit het katholieke onderwijs), en tegenwoordig ook een galabal.
Het resultaat is dat ik gisteren, op mijn vrije dag, gaan helpen ben voor de praktische technische dingen van de uitvaartshow, dat ik deze morgen rondliep als vredesactivist (het thema was militair), daarna meegeholpen heb om alles van de uitvaart af te breken en alles voor het bal klaar te zetten, en deze avond dan helemaal opgekleed eerst drie uur heb staan tappen, en daarna serieus staan dansen heb.
Normaal gezien ben ik rond één uur weg, maar dit jaar lag ik pas om vier uur in mijn bed. Niet dat de muziek zoveel beter was, het was dezelfde kutbonkebonke van altijd, maar dankzij een paar enthousiaste jonge collega’s heb ik toch quasi de hele tijd staan dansen. Ik heb intussen trouwens al gehoord dat de ronde gaat dat ik zat was. Yeah, that’ll be the day, ik drink geen alcohol :-p Ik heb dat overigens niet nodig om me te amuseren!
Uiteraard heb ik dan ook de obligate leerlingen uit de goot gehaald (bij wijze van spreken deze keer, het is ooit nog anders geweest) en hun handje vastgehouden. Tsja, jonge gasten en drank en matigen, dat is voor sommigen toch nog altijd zeer moeilijk, blijkbaar. En slecht karakter als ik ben, kijk ik dan altijd uit naar de eerste les met die leerlingen. De meesten hebben dan ongeveer de neiging om onder hun bank te kruipen, en durven me meestal toch niet recht in de ogen te kijken. En ik, ik kan het dan niet laten om het hen door te steken natuurlijk.
Zo zijn we dan weer wel: ik heb mededogen, maar geen medelijden. Een groot verschil, vind ik, en dat weten ze :-p

[There is a video that cannot be displayed in this feed. Visit the blog entry to see the video.]

Een erfenis: struiken uit de tuin van mijn grootvader, die ik begin november uitgegraven heb en hier opnieuw geplant. Het huis is inmiddels verkocht, de tuin platgegooid, maar deze Azalea Japonica heb ik tenminste kunnen houden. En hij bloeit…
Ad te, ave!
Ik ben eigenlijk nog steeds een beetje mijn kluts kwijt: op een kwartier tijd zijn we vandaag plots verhuisd, compleet onverwacht.
Laat het me uitleggen.
Gisteren kwam, tot mijn grote vreugde, de architecte langs met een stapel papier: de definitieve bouwaanvraag! Plannen, foto’s, hemelwaterbekommernissen, whatever: alles wat officieel bij Stedenbouw moet ingediend worden om eindelijk te kunnen en mogen verbouwen. Ze kwam onze handtekeningen halen – zo’n dertig stuks de man, vermoed ik – om alles in te dienen, ergens tussen twee afspraken door. En toen stelde ik voor dat ik dat zelf ging indienen: ik moet op woensdag toch geen les geven, en dan was het zeker en vast in orde.

Dus stond ik rond half elf op de Zuid (bleek dat ik eigenlijk in Mariakerke had moeten staan, maar bon, het was ook daar te regelen) en had ik vijf minuten later de bevestiging in handen dat mijn bouwaanvraag officieel was ingediend.
Juicht ende jubelt met mij, gij allen!
Toen dacht ik er plots aan, dat we ook van plan waren een adreswijziging aan te vragen: het hele huis is geörienteerd naar de Kineastlaan, niet alleen qua voordeur, ligging, garage, maar zelfs met de water- en elektriciteitsaansluiting. Het zou dan ook bijzonder logisch zijn, mochten we ook de brievenbus in de Kineastlaan mogen zetten en ons adres kunnen wijzigen, zodat niet langer iedereen naar de voordeur loopt te zoeken.
Bon, ik vraag dat dus aan de vriendelijke dames van Stedenbouw, die elkaar verbouwereerd aankijken. Euh… Wat geblader in de stadsgids later blijkt dat een zaak voor de dienst bevolking te zijn. Iets wat ik kan regelen in Wondelgem zelf, maar wat, gezien mijn ervaring met de ongelofelijk verregaande competentie aldaar, misschien toch een poging op de Zuid zelf waard is. Ik word doorverwezen naar de tweede verdieping, alwaar ik even wacht, en een buitenkomend jongmens in zijn nekvel grabbel.
Huisnummerwijziging? Ja, dat was bij hem, ja. De jongeman keert terstond op zijn schreden terug, en noodt mij aan zijn bureau. Wanneer ik uitleg wat ik wil, kijkt hij mij geamuseerd aan: het komt blijkbaar zelden voor dat mensen zélf een adreswijziging willen, meestal worden ze door de omstandigheden gedwongen. Bon, hij opent de grondplannen op zijn scherm, ik leg uit hoe de oriëntering van het gebouw is, en hij moet zelfs de plannen niet zien, hij snapt het volledig. Wanneer dan ook nog blijkt dat de Kineastlaan pas begint met nummer zes, en er dus geen twee en vier bestaat, grijnst hij me toe: welk nummer wil ik? Twee of vier?
Ietwat verbouwereerd kijk ik terug. Huh? Euh? “Twee dan maar, zeker? We zijn per slot van rekening het hoekhuis” stamel ik.
Tien minuten en een hoop computergetokkel later overhandigt hij me een papier: het attest dat ik vanaf nu op de Kineastlaan 2 woon, en niet langer in de Waterhoenlaan op nummer 24. En wrijft hij me nog eens meesmuilend in dat nu pas alle rompslomp en papierwerk begint om die adreswijziging door te geven.
Even later sta ik buiten. Niet met wat info over hoe ik de ellenlange papierwinkel rond een adreswijziging moet aanpakken, maar met een nieuw adres.
Serieus zeg.

In de museumshop van het Afrikamuseum hadden ze heel schattige knuffels van chimpansees en jachtluipaarden. De jongens stonden te bedelen, maar ik zei nee omdat ze toch al veel te veel knuffels hebben en er nooit mee spelen.
Wolf zei 40, ik gokte op minstens 50 stuks.
Vandaag heeft hij ze allemaal naar beneden gehaald en netjes tentoongesteld. 76 stuks staan er op de foto, maar toen heb ik op Merels kamer nog een aantal gevonden die hij niet gezien had, en kom ik aan 89 knuffelbeesten. En dan zijn ze verwonderd dat ze er geen meer krijgen.


Ik heb een tekening gekregen van mijn jongste zoon. Hij kwam eerst voorzichtig vragen welke kleuren een roodborstje allemaal had, en ik heb hem een afbeeldingenpagina op Google getoond. Hij is nog een paar keer teruggekomen om te kijken, en toen kreeg ik dit.

En werd ik helemaal week door het onderschrift. Goud waard, die Kobe van me.

Dat komt ervan als je de middagdut overslaat…

Een dochter voor elk van de Rombaut telgen: de 3M’s. Mijn dochter en mijn twee metenkinderen, trouwens.
Het Afrikamuseum in Tervuren ligt naast de Britse school, en in het voorbijrijden hadden we de affiches en vlaggen gezien van ‘Spannende spinnen’. Dat leverde meteen een enthousiast heen-en-weergewip op de achterbank op: “Mama, kunnen we naar die spinnen? Mama, we gaan toch gaan kijken he? Nu dat we hier zijn? Ja he mama?”
Ik dus naar Bart gebeld, of het goed was dat we gingen lunchen in het museum en naar de tentoonstelling gaan kijken, en dat we dus later thuis gingen zijn. Al een chance dat ik propere trainingsbroeken en gewone schoenen mee had, want in hun modderoutfit zouden ze nogal een figuur geslagen hebben.
Enfin, het ‘restaurant’ in het museum is eigenlijk wel wijs: je kan er een paar warme, Afrikaans geïnspireerde gerechten krijgen, zoals kip moambe en zo, maar ook croques, broodjes, pannenkoeken, dat soort dingen. De kinderen kregen elk eerst een warme choco om op te warmen (geloof me, het was nodig) en wilden dan pannenkoeken (ze hadden al een paar paaskoeken binnen), ik nam een broodje kip moambe. Speciaal, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar wel lekker.

Toen ze na een tijdje voldoende gezeten hadden en helemaal opgewarmd waren – daar op dat veld was dat echt pokkekoud, man – doorliepen we de spinnententoonstelling: een terrarium of dertig, schat ik, met vogelspinnen en schorpioenen, en vooraan eentje met de beruchte zwarte weduwe, een heel klein spinnetje eigenlijk. De jongens en ik keken onze ogen uit, en deden vooral het spelletje ‘zoek de spin’. Van degenen die goed zichtbaar waren, heb ik geprobeerd door het glas heen foto’s te maken, en er zitten wel een paar deftige tussen. Prachtige, prachtige beesten overigens!
Enfin, geniet maar van de foto’s.




Deze had bovenaan het glas een soort hangmatje gemaakt, waarin ze net was verveld.

Een prachtige witknie…

Stukken giftiger dan die zwarte weduwe, btw.


Daarna wilden de jongens ook nog de rest van het museum zien. Kobe was wel doodmoe, maar gaf niet op: ze keken beiden hun ogen uit naar alle opgezette dieren en vergeelde insecten. Alleen konden ze er echt niet bij dat daar zoveel babydieren stonden, en dat dat ooit echte dieren waren geweest die opgezet waren, in plaats van replica’s. Bepaalde stukken hebben we overgeslagen, tot groot ongenoegen van Wolf, die er makkelijk een uur langer had kunnen rondlopen. Het museum is verouderd en vergeeld en nogal stoffig, maar het blijft ongelofelijk wijs. Er liep die dag trouwens een achthonderd man rond, zei een van de toezichters, en dat was vrij kalm. Op een goeie dag komt er gemakkelijk 1400 man kijken, en ik moet toegeven, daar stond ik dan weer van te kijken.
We hebben er een goed uur gespendeerd, en toen vond ik het welletjes, ik wilde naar huis. Ik heb wel plechtig moeten beloven aan de jongens dat we gingen terugkomen, en dat we dan ook in de tuinen gingen rondlopen. Misschien een idee voor een picknick deze zomer? Voor het geld moeten we het in elk geval niet laten: kinderen in gezinsverband onder de twaalf jaar zijn gratis, en leraars ook. Tsja…

mama en baby gorilla

de neushoornvogel

“Whoa, kijk, mama, een janetkat!” Waarop hij spontaan de slappe lach kreeg



Dit mini leeuwenwelpje moest ik perse ook trekken, zeiden ze.




Dat het soms druk is, zo van die klassenraden. En eigenlijk vooral veel wachten.
Neem nu gisteren: lesgegeven tot half vier, naar huis gereden om de jongens op te vangen, en om half vijf startten de klassenraden. De eerste klassen waren onder andere de humane wetenschappen en de economische richtingen, zodat ik me kon permitteren tegen vijf uur aanwezig te zijn (en dan nog drie kwartier moeten wachten).
De jongens had ik meegenomen, met hun iPads, en die gaven dus geen ene kik, wat me wel wat bewonderende en egostrelende woorden van mijn collega’s achteraf opleverde.
Merel moest ik tegen half zeven ophalen, maar helaas, alles verliep wat trager dan gedacht, en ik stond pas tegen tien voor zeven op de crèche, die ik uiteraard wel verwittigd had, en die daar voor die ene keer geen probleem van maakte. Soms heb ik echt de max van een kinderopvang!
Enfin, gisteren dus klassenraden, vandaag klassenraden, en donderdag nog eens. Het zijn lange en vermoeiende dagen op die manier, geloof me.

Winterse binnentuin van onze school.
Wil je geloven dat ik dit gewoon vergeten was? Maar ik weet dat de grootouders dat met aandacht bekijken, en dus krijgen ze hier van mij alsnog Wolfs rapport van de krokusvakantie. En ja, ik ben best wel tevreden, al kan het hier en daar toch beter.


Resultaat als je je jonge honden hun haar bijknipt, en ze zich blijkbaar niet genoeg afwrijven en afschudden.
De jaren gaan snel. Voor ik het eigenlijk goed en wel besefte, zaten we weer met de hele familie van Barts moeder in de Artichaud, voor Stafs verjaardag.



Het restaurant blijft zijn goede reputatie bevestigen: opnieuw was het eten lekker, de service snel en vriendelijk, en vooral de houding tegenover de kinderen prachtig.
Die kregen net zoals wij een hapje vooraf, maar waar het bij ons om amuses ging, kregen zij een schaal met gefrituurde hapjes zoals loempia en scampi. Het eten van de twee peuters kwam zeer snel: kip in kleine stukjes, met frietjes en een kommetje appelmoes. Iets later kregen de kinderen hun voorgerecht, en een paar minuten later – net op tijd om ons toe te laten de kaas- en garnaalkroketten te snijden – volgde ons voorgerecht. Idem eigenlijk met de hoofdgerechten. En als dessert kregen de kleintjes een potje Mega Mindy-ijs, en de grotere een echt ijsje, met parapluutje, en bolletjes en slagroom en al. Met andere woorden: alles opnieuw perfect op maat, en met genoeg ruimte voor de kinderen om te zitten spelen.


En toen mocht Merel foto’s trekken, en stond Moetje op de foto (koe zegt moe, dus Moetje)
Daarnet was ik eigenlijk toch wel behoorlijk nijdig, geef ik toe.
Wolf heeft tweemaal per week muziekles, op woensdag tussen 13.30 en 15.00u, en op zaterdag van 8.30u tot 9.30u. Ik geef het toe, op een zaterdagmorgen vind ik dat niet evident. Hijzelf is wel altijd al wakker om zeven uur, en dus is die half negen geen probleem. Ik moet echter mijn wekker zetten om acht uur, en dan trek ik gewoon wat kleren aan, haal een borstel door mijn haar, en spring de auto in. Het is niet alsof ik moet uitstappen of zo, niemand ziet me.
Vanmorgen leek er me nogal wat volk op de parking te staan, dus ik wachtte even om te zien of er wel les was. En effectief, er brandde nog geen licht in het klaslokaaltje, wat vreemd was. Toen zag ik ook de juf op de parking staan: de deur was nog op slot, ze konden niet binnen!
Ze heeft wel een sleutel van de grote deur, maar dat slot is al een tijd kapot, en dus hangt er een ketting met een hangslot. Waar de secretaresse een sleutel van heeft, en ook de leraar gitaar. Die laatste was echter ziek, en de secretaresse was te laat, zoals meestal. En dus stond de juf al een kwartier in de vrieskou te wachten, en wij dus ook. Om 8.43u besloten wij (de ouders + een vijftiental kinderen) dat het welletjes was geweest, en de juf zei ook dat de secretaresse soms wel een half uur te laat was, en dat we dus echt niet langer moesten buiten wachten bij -2°. Net op het moment dat er al menig auto gestart was, kwam de secretaresse uiteindelijk toch doodgemoedereerd de parking opgereden, kon de deur open, en kon er lesgegeven worden.
Tsja.
Uiteraard heb ik een klachtenmail gestuurd om te zeggen wat ikzelf en alle ouders vonden, namelijk dat dat eigenlijk allemaal niet kon, zeker omdat het verder echt wel een goeie school is met fijne leerkrachten. Ik vermoed dat het antwoord niet echt lang op zich zal laten wachten.