(Nota: dit bericht werd eigenlijk twee weken geleden geschreven, maar vond terug in mijn drafts; alsnog de moeite om te publiceren)
Dinsdag komt op mijn werk een iPad aan. Een iPad.
Als interface nerd kijk ik er zwaar naar uit om daar eens een paar uur mee te spelen en alle details te bekijken. Wees maar zeker dat er mooie details in gaan zitten.
Als je een iPhone hebt, moet je iPhone eens locken en unlocken. Kijk tijdens het unlocken naar de linkerbovenkant van je scherm. Als je carriernaam linksboven langer is dan het aantal karakters dat beschikbaar is (e.g. Mobile Vikings), schuift de naam van links naar rechts over de beschikbare ruimte zodat je de naam in zijn volledigheid kan lezen.
Of ga eens naar de klok/alarm applicatie, en klik dan op timer. Zet het aantal uren op 0, en dan op 1. En je merkt dat het woord “hours” uitfade, en infade naar “hour”. Want het is 0 hours; en 1 hour.
De el cheapo interface oplossing is telkens “hour(s)” te zetten. Dus 0 hour(s) en 1 hour(s). Maar Apple zorgt ervoor dat het detail klopt. Hun interfaces staan verder dan alle andere dingen die ik al gezien heb.
Mijn vader zei vandaag tegen mij, “Ja, die nieuwe HTCs, die staan toch even ver als de iPhone”. Ik vind dat dus niet hé. Een slimme mens zei: “Als je een Nexus One hebt, dan is dat de beste smartphone die je ooit gehad hebt, en denk je dat je een revolutie in handen hebt. Als je overschakelt van iPhone naar Nexus One heb je het gevoel dat je een middelmatige versie van een iPhone vast hebt.”
Maar goed. Genoeg over dat. Ik wou het hebben over dit:

Als ik eens kijk naar de websites die ik min of meer dagelijks gebruik zie ik dat:
- Op designvlak zijn ze bewust eenvoudig gehouden. Allemaal een witte achtergrond, en blauwe links (zie ook: deze website ;))
- Allemaal de mogelijkheid hebben om zelf iets op te publiceren: je status, een bookmark, een link, een schrijfsel, een video
- Ze telkens dat sociale aspect bevatten, zodat wat je ook deelt of maakt terecht komt bij andere mensen (en liefst nog je vrienden)
Voor de iPad werd aangekondigd was er de video over de Mag+. Er was de demo van een Sports Illustrated op een tablet device. Dat heeft een heel tijdje een “wauw”-gevoel bij mij opgebracht. Mijn god - dit is de toekomst.
Maar nu heb ik mijn gedachten geordend en nu weet ik het eindelijk. Die demo’s zijn eigenlijk maar afgeleiden van de zingende, dansende websites.
Wat maakt de Mag+ beter dan in Safari naar NYTimes.com surfen? Het grafische aspect? De nieuwe interface die je moet leren?
Dan is er nog het gebrek aan advertenties in de demo. Tech demo’s houden natuurlijk weinig rekening met de echte wereld waarin adverteerders de publishing industry rechthouden. Maar ook de showoff van hun laatste werk (Popular Science magazine voor iPad) bevat niet echt reclame.
Hoe is dat winstgevend? Gaan ze 19 euro per “digitaal magazine” aanrekenen om uit hun productiekosten te raken?
Wat mensen vaak vergeten is dat die zingende, dansende websites ook 3 keer zo veel kosten, en je ze maar een keer kan gebruiken. Flauwe vergelijking: als je doel is om de kamer te verlichten, dan zijn de zingende dansende flash websites vuurwerk, en is een site zoals Rands een spaarlamp.
Nee, de waarde van een krant zit nog altijd in op een goede manier nieuws te brengen; de waarde van een magazine op een goede manier verhalen brengen. Alle grafische spielerei er nog aan toe.