Gedachten over Flash, door Steve P. Jobs. Wow.
42307 items (32456 unread) in 36 feeds
Familie
(1024 unread)
NetlashCollegas
(3291 unread)
NetlashStagiairs
(349 unread)
Fun
(21197 unread)
Waarom één van de grootste webdesignblogs (en organisator van talrijke webdesignconferenties) slecht CSS-advies geeft op hun website.
Waarom het hoofd van de MFA in Interaction Design haar — overigens zeer mooie — website niet werkt in Internet Explorer 8.
Waarom zowel de homepagina’s De Standaard als De Morgen vergeven zijn van afgrijselijke reclame.
Een nieuwe versie van de beste FTP client voor Mac OS. Met alvast deze interessante feature: “With the new Transmit Disk feature, you can now mount any of your favorites in the Finder itself, even if Transmit’s not running.” Bekijk het hier.
Twee jaar geleden schreef ik mijn gedachten neer over webapplicaties:
“I don’t intend to deliver the message that web applications are bad applications. I believe web applications are (were) a needed evolutionary step to building applications that integrate the web tightly in the way they work. We must take the good points of web applications to enhance existing desktop applications: (…)”
Het hoofdpunt van dat bericht was: “Don’t lock me up in my browser!”. Waarom gaan die verdomde webapps zo traag? Waarom heb ik hier geen toegang tot feature X die over heel mijn systeem beschikbaar is?
Vandaag is het niet anders. Ik was zojuist naar een muziekvideo aan het kijken, en ik had weer net hetzelfde gevoel: webapplicaties zijn een kreupele versie van desktop apps. Met VLC kan ik mijn video zetten waar ik wil op mijn scherm, en kan ik de video pauzeren met een shortcut.
Sterker nog: ik kan met de VLC remote applicatie vanuit mijn luie zetel mijn computer bedienen. En dan zijn er die handige features: float on top, een screenshot nemen van een frame, ondertitels, vertraagd of versneld afspelen, volume dat tenminste gekoppeld is aan je systeemvolume. Dingen die je misschien niet elke dag nodig hebt, maar als je ze nodig hebt, zijn ze er wel.
Alle dingen die ik opnoem kan ik niet met die flash embed van the XX. Ik kan die video vandaag slechts op 1 manier: een kreupele manier1.
Eerst was een browser een manier om statische informatie te bekijken: dan werd die informatie telkens dynamischer, om maar te zeggen – in 1994 was het enige dat mogelijk was een tekst zonder beelden online zetten. Nu speel je Ultima Online in je browser.
Google wilt van je browser een OS maken (video). Dat is allemaal een mooi idee, naar de toekomst toe, maar op dit moment voelt Google Docs gebruiken zo (grootte cirkel = snelheidsgevoel):

Ooit al eens een grote Excel file met duizenden kolommen en rijen geïmporteerd? Apple Numbers geeft een kleine krimp. Google Docs doet je browser bijna crashen, Firefox begint 2 Gigabyte RAM te zuipen om alles bij te kunnen houden, en jij zit daar dan maar te wachten.
Ik háát wachten op computers.
Het is dezelfde indruk die ik heb als ik een Java applicatie gebruik:

Ik ben geen programmeur, maar ik heb wel een goed vermoeden wat er allemaal achter de schermen gebeurt als ik een actie in een applicatie uitvoer. De simplistische grafische voorstelling hierboven is niet wat er effectief gebeurt als jij een knopje indrukt: dit is mijn indruk van het snelheidsverlies als je berekeningen door een Javascript engine sleurt.
Deze week speelde ik Ultima Online in mijn browser: dat is wel redelijk impressionant. Aan de andere kant kan je ook, op dit eigenste moment, World of Warcraft spelen, dat ook van het internet gebruikt maakt om veel impressionantere dingen te doen. Eenieder die al eens in een raid met 39 andere mensen Ragnaros heeft neergehaald weet wat ik bedoel. I digress.
En zo’n spel gebruikt die dikke videokaart die in je Mac/PC zit optimaal; continue 60fps en geen graphics die uit de jaren ‘90 zijn weggelopen. Heb ik al gezegd dat ik er niet tegen kan als een programma traag draait? En zeker niet als de reden is omdat er ergens iets in het proces voor een grote handicap zorgt.
Ik heb een fucking krachtige computer. Een dual core processor van 3.06 Ghz; 8 gigabyte ram. Een terrabyte om data in op te slaan. Dit is geen stoeferij: dit is de computer die je hebt als je nu naar de winkel stapt met 1250 euro voor een nieuwe computer. Als je een custom-made PC bouwt gaan je specs waarschijnlijk nog een pak impressionanter zijn. SSD-schijven anyone?
Marco zegt:
If you’re waiting a little longer than usual for a popular website to render its Dashboard or show you an encyclopedia page or tell you which of your old high-school friends have gotten fat, you’re probably waiting for some hard drives in a server somewhere.
Nearly every slowdown of modern computer usage is caused by a very fast computer that’s sitting around doing nothing while it waits for its hard drive to move its heads.
En die krachtige computer wordt dus helemaal niet gebruikt hé. Of wordt wel gebruikt, maar op een niet-optimale manier. Waarom kan ik op een resolutie van 2560×1440 fullscreen een 3D applicatie draaien zonder snelheidsverlies, en kan mijn PC geen 10 000 rijen renderen als het door Firefox moet?
Ik snap niet waarom ik 280 Slides zou gebruiken in plaats van KeyNote.
Ik snap niet waarom ik Mockingbird zou gebruiken in plaats van Balsamiq Mockups (dat trouwens eigenlijk ook niet performant is: hier Java niet de boosdoener, maar Adobe AIR).
De enige reden om die apps te gebruiken in plaats van hun desktop versies zijn de inherente voordelen van het internet. Neme het voorbeeld van een presentatie:
Dat zijn natuurlijk allemaal voordelen waar niets tegen in te brengen valt. Zolang er niets mis gaat2.
Ooit gaan web apps op een acceptabele snelheid draaien. Maar moeten we daarom eerst vijf jaar kreupele performance ondergaan om daar te komen?
Ik ben pro web-enabled applicaties. Die niet in je browser draaien, maar apart, en die gebruik maken van het internet om betere functionaliteit aan te bieden. Die geschreven zijn in een taal die optimaal werkt op het apparaat in kwestie. Een beetje zoals al het native apps vs. webapps verhaal op de iPhone en iPad. Ik denk dat iedereen hier akkoord kan gaan: native wint.
Zijgedachte: misschien ben ik gewoon een beetje verwend. We mogen godverdomme blij zijn met dat internet. Ingenieurs bij Google en Apple zijn wellicht elke dag bezig met dingen sneller te maken.

Een gratis applicatie voor de iPad (iTunes link), gemaakt door Nike, waarmee voetbaltrainers de resultaten en vorderingen van hun team kunnen testen. Gek wat er allemaal gemaakt wordt! Zie ook: iPad voor deejays.
Geen slechte blog om in de RSS-lezer te steken: DailyJS. Met jQuery plugin roundups, uitleg over Javascript de taal, en berichtgeving rond het belangrijkste frameworknieuws.
(Nota: dit bericht werd eigenlijk twee weken geleden geschreven, maar vond terug in mijn drafts; alsnog de moeite om te publiceren)
Dinsdag komt op mijn werk een iPad aan. Een iPad.
Als interface nerd kijk ik er zwaar naar uit om daar eens een paar uur mee te spelen en alle details te bekijken. Wees maar zeker dat er mooie details in gaan zitten.
Als je een iPhone hebt, moet je iPhone eens locken en unlocken. Kijk tijdens het unlocken naar de linkerbovenkant van je scherm. Als je carriernaam linksboven langer is dan het aantal karakters dat beschikbaar is (e.g. Mobile Vikings), schuift de naam van links naar rechts over de beschikbare ruimte zodat je de naam in zijn volledigheid kan lezen.
Of ga eens naar de klok/alarm applicatie, en klik dan op timer. Zet het aantal uren op 0, en dan op 1. En je merkt dat het woord “hours” uitfade, en infade naar “hour”. Want het is 0 hours; en 1 hour.
De el cheapo interface oplossing is telkens “hour(s)” te zetten. Dus 0 hour(s) en 1 hour(s). Maar Apple zorgt ervoor dat het detail klopt. Hun interfaces staan verder dan alle andere dingen die ik al gezien heb.
Mijn vader zei vandaag tegen mij, “Ja, die nieuwe HTCs, die staan toch even ver als de iPhone”. Ik vind dat dus niet hé. Een slimme mens zei: “Als je een Nexus One hebt, dan is dat de beste smartphone die je ooit gehad hebt, en denk je dat je een revolutie in handen hebt. Als je overschakelt van iPhone naar Nexus One heb je het gevoel dat je een middelmatige versie van een iPhone vast hebt.”
Maar goed. Genoeg over dat. Ik wou het hebben over dit:

Als ik eens kijk naar de websites die ik min of meer dagelijks gebruik zie ik dat:
Voor de iPad werd aangekondigd was er de video over de Mag+. Er was de demo van een Sports Illustrated op een tablet device. Dat heeft een heel tijdje een “wauw”-gevoel bij mij opgebracht. Mijn god - dit is de toekomst.
Maar nu heb ik mijn gedachten geordend en nu weet ik het eindelijk. Die demo’s zijn eigenlijk maar afgeleiden van de zingende, dansende websites.
Wat maakt de Mag+ beter dan in Safari naar NYTimes.com surfen? Het grafische aspect? De nieuwe interface die je moet leren?
Dan is er nog het gebrek aan advertenties in de demo. Tech demo’s houden natuurlijk weinig rekening met de echte wereld waarin adverteerders de publishing industry rechthouden. Maar ook de showoff van hun laatste werk (Popular Science magazine voor iPad) bevat niet echt reclame.
Hoe is dat winstgevend? Gaan ze 19 euro per “digitaal magazine” aanrekenen om uit hun productiekosten te raken?
Wat mensen vaak vergeten is dat die zingende, dansende websites ook 3 keer zo veel kosten, en je ze maar een keer kan gebruiken. Flauwe vergelijking: als je doel is om de kamer te verlichten, dan zijn de zingende dansende flash websites vuurwerk, en is een site zoals Rands een spaarlamp.
Nee, de waarde van een krant zit nog altijd in op een goede manier nieuws te brengen; de waarde van een magazine op een goede manier verhalen brengen. Alle grafische spielerei er nog aan toe.
In afwachting van “the definite iPad review after actually having used an iPad“: een beetje lectuur.
Beeld: Scrabble voor rijke mensen
Je gaat nooit apps kunnen maken die de kwaliteit van Apple apps evenaren; het web is niet zo cool want je kan er geen funky dingen op doen; maar eigenlijk zijn die fancy digitale magazines toch maar brol (en zo zijn we weer full circle).
Verder schrijft Alex Payne weeral slimme dingen; kunnen kleintjes ook met iPads werken, moet je eens naar 2:50 skippen in deze video om eens goed te lachen, en kan je hier terecht om eens te kijken wat voor interfaces mensen aan het bouwen zijn voor hun apps.
CSS related, leer deze code alvast uit je hoofd: <link rel=”stylesheet” media=”all and (orientation:portrait)” href=”portrait.css”>. Alsook: de beschikbare lettertypes op zowel iPhone als iPad.
Ah ja, en ik heb vandaag 5 seconden een iPad aangeraakt op kantoor (als je goed kijkt die je een hard werkende jongeman in de achtergrond). Bart schreef neer waarom hij denkt dat de iPad een succes gaat zijn.
De iPad is al een succes (uhm, 300 000 verkocht (ref#) na een paar dagen, dat is dus wel 0.1% van de Amerikaanse bevolking hé [Nota: dank voor de correctie]); of ik het de moeite vind voor mezelf, dat weten we binnenkort.
Over and out.
Joe Clark maakt netjes een punt over de mensen die zagen dat de iPad geen open platform is:
This was the weekend those of us with high standards lost their remaining residue of patience for ideologues who hyperbolize about open systems without actually creating something people want to use.
Khoi Vinh deelt zijn financiële cijfers.
Charts, schmarts. Let’s talk turkey, then: how about the money? Well it’s pretty easy to multiply the cost of Basic Maths by the number of copies sold (and subtracting the discount for the holiday sale) and arrive at a round figure of US$22,000 banked so far.
Ik ben niet bezorgd dat ik straks geen mooie boekenkast meer heb; in tegendeel, ik ben blij dat ik niet meer oneindig veel Billy’s in elkaar moet steken.
Ik ben wel bezorgd dat ik een dik boek koop (bijvoorbeeld het boek waar ik nu in bezig ben: Infinite Jest), er een stukje in lees, en mijn device weer aan de kant leg. De volgende keer dat ik het boek wil lezen — misschien twee jaar later — heb ik een ander device, met andere standaarden, en mag ik weer eens gaan betalen voor iets dat ik nota bene al heb gekocht.
Dit is dezelfde reden waarom ik geen muziek via iTunes koop.
That’s why I always get excited when the opportunity presents itself to work on a project together with another designer. You get to bounce ideas off of each other, you’re no longer alone to defend a valid suggestion you made to the client and if one designer is stuck somewhere, there’s a big chance the other one has the solution within 5 minutes, can point you in the right direction or says something that gives you that lightbulb moment you needed to continue working. (#)
Dit is waarom ik in een team samenwerk; er zijn niet alleen designers om ideeën op af te botsen, maar ook een informatiearchitect, en developers. Als er een probleem waar jij niet uit geraakt, weet die andere mens het wel.
We hebben een regel op kantoor, de “20 minuten” regel: als je een probleem hebt (dat je wellicht zelf kan oplossen), zoek het eerst zelf uit. Pas na 20 minuten mag je iemand anders te storen. Meestal heb je tegen dan het probleem gevonden, maar indien niet spendeer je geen uren aan de oplossing te vinden: je hebt genoeg mensen klaar staan om je te helpen.
Steeds meer sites gebruiken custom fonts met behulp van @font-face, bijvoorbeeld dive into mark; en Bobulate (mooi!).
De typograaf in mij zegt: “Fijn, eindelijk iets anders dan Arial en Verdana en Georgia!”. De usabilitymens zegt: de font rendering van Windows suckt. En dat is een probleem, want:
“By the way, the font you’ve picked is anti-alised in an extremely ugly manner on my Win7 laptop. If I triple the font size it starts looking OK.” (#)
De stelregel blijft voorlopig: als je custom fonts gebruikt, zorg dan dat je die gebruikt voor grote tekst. Hoofdingen, introparagrafen van 18px of groter; maar vooral niet voor broodtekst.
Soms kom je van die websites tegen die je terugbrengen naar die oude verwondering van door blijven klikken en klikken op dezelfde website. Van die sites met échte artikels en geen twee lijntjes brol bijeen gecopy-paste dat ik evengoed op delicious popular terug had kunnen vinden.
De site van de Russische design studio Art Lebedev is er zo één: lees bijvoorbeeld dit artikel over typesetting, of “design is war”; bekijk hun werk (van product design naar iPhone interfaces tot toiletten); of de winkel.
Fantastisch vind ik dat.