Hehe, ik heb je net met de fiets naar school gebracht op de eerste zonnige schoolmorgen sinds een paar weken. Je vond het heerlijk, vooral omdat we net op Pieter en Marthe botsten, en we dus samen naar school zijn gereden. Jullie zaten allebei te schateren en te gieren, en op onze (zijnde Pieter en mij natuurlijk) rug te trommelen. Toen we aankwamen, zijn jullie samen al schaterend naar binnen gerend, kiekeboe om het hoekje zeggend en zingend dat je op school was. Zeg nu nog eens dat jullie niet graag gaan!
Deze morgen was papa al heel vroeg weg, waardoor we met ons tweetjes waren. Ik ben tot jouw grote verbazing en vreugde nog vijf minuutjes bij jou in bed geklommen, en we hebben dus liggen knuffelen en kletsen. Je bleek echter weer een enorme kakbroek te hebben, en dus zijn we toch maar vrij snel opgestaan. Het is weer erg met die stoelgang van jou: helemaal slap, stinkend en met onverteerde stukjes. Het lijkt wel seizoensgebonden, om eerlijk te zijn. Aangezien je verder zo gezond als een visje bent, ga ik er nu niet verder meer op ingaan. De dokters vinden niks, en de volgende stap zou al een intern onderzoek zijn, dus laat maar.
Gisteren heb ik moeten lachen met jou: ik ging je rond kwart voor vijf ophalen op de opvang, en je was weer buiten aan het spelen in de aarde, met het bekende nefaste gevolg voor handen en kleren :-p Je had een ganse hoop stenen opgedolven, met behulp van een paar oudere jongens (die het blijkbaar helemaal niet erg vinden om met jou te spelen) en troonde me trots mee om te tonen waar die precies hadden gelegen. Toen we ietsje later in de auto stapten, stonden Sara en Helio aan het hek te kijken en tegen jou te roepen. Ik verstond Sara niet direct, maar jij antwoordde heel serieus ‘Ja’ op haar vraag. Toen ik daarna instapte en je aankeek, legde je uit dat ze iets had gezegd van chocolade, en toen ik zei dat ik dat niet begrepen had, zei je heel ernstig: “Ja maar mama, Sara kan ook nog niet zo goed praten hé. Maar ik versta haar wel want ik ben dat al een beetje gewoon”. Jaja, kleine snotter van drie jaar en drie maanden!
Thuis heb je eerst uitvoerig je stenen staan wassen, en ’s avonds mocht je zelf even in bad, wegens nogal aan de vuile kant :-p
Toen papa en ik gingen slapen, kwamen we zoals altijd nog even bij jou kijken. Toen ik je wilde onderstoppen, werd je wakker, en wilde je wat water. Ik stopte je onder, en gaf je zoals altijd nog een liefkozende aai over je kaak. Daarop vroeg je met slaperig stemmetje: “Mama, mag ik ook aan je gezicht voelen?” waarop je me een soortgelijk streeltje gaf. Je ogen gingen toe, maar toch vroeg je nog waar papa was, en die moest je ook nog een zoen komen geven. Niet dat je je vandaag daar nog iets van herinnert, je sliep eigenlijk nog half :-p
Zondagavond ben ik echt wel ziek geworden: ik voelde me vreselijk en ben beginnen overgeven. Jij zat al in je bed, dus hebt dat niet gemerkt. Maandagmorgen vroeg je me wel waarom ik zo stilletjes was, en je vroeg met een heel ernstig gezichtje of ik soms boos op je was. Tuurlijk ben ik niet boos, kleintje, ik was gewoon ziek. Ondanks alles heb ik me toch samengeraapt en ben naar school gegaan, gewoon omdat ik die laatste lessen zo moeilijk kan missen. Toen ik je na school had opgehaald en thuis kwam, was ik uitgeput: ik had die morgen nog moeten overgeven, en had ’s middags amper een yoghurtje gegeten. Gelukkig begreep jij dat een beetje, en liet je me rustig in de zetel liggen. Je papa was gelukkig nog veel begrijpender, had zijn afspraak die avond afgezegd, en was iets na vijf al thuis
Ik ben dan maar in mijn bed gekropen, nadat ik van jou nog een lief kusje had gekregen: “Omdat jij ziek bent, mama”.
Toen ik tegen half acht wakker werd, lag jij al te slapen, maar vond ik één van je knuffels op de trap. Papa vertelde me dat je me die had willen brengen, maar dat hij je had tegengehouden om me niet wakker te maken. Simon moest bij me slapen omdat ik me dan sneller beter ging voelen, en omdat ik ziek was en een beetje troost wel kon gebruiken. Lieve lieve jongen toch!
Je bent al even lief voor je nieuwe broertje: wanneer papa en jij ’s morgens vertrekken, krijg ik eerst een dikke knuffel en een zoen, en daarna geef je mijn buik ook nog apart een knuffel en een zoen: “Maar dat is wel voor de baby, he mama!” Je hebt al een hoop knuffels uitgezocht voor hem, en gisteren ging je even in zijn kleine bedje liggen, en vertelde me dat hij, als zijn bedje kapot zou zijn, bij zijn grote broer in bed mocht slapen. Je kijkt er echt naar uit, maar ik hoop dat je zal kunnen omgaan met de gedeelde aandacht. Ik waarschuw je daar vaak voor, maar dat wil nog niks zeggen. Ach snoetje, ik zie je zo graag!