Snoetie, je ligt al van kwart over zeven in je bed, en het was nodig ook. Je liep verschrikkelijk moe, tussen vijf en zeven ben je zeventien keer beginnen huilen, ik heb het geteld: drie keer omdat je fiets kapot was, twee keer omdat de hond je omver liep, een keer omdat je niet zelf de deur van de auto had mogen dicht doen, een keer omdat ik al de garagedeur had opengemaakt en jij dat wilde doen, een keer omdat je naar foto’s wilde kijken op mijn computer en ik met iets anders bezig was… Enfin, ga zo maar even door. Het stomste onnozelste kleinste was goed om te beginnen huilen. Fijn hoor. Ook juf Hilde had iets in die trant meegegeven op een briefje: je had twee keer in je broek geplast op school, en ze was daarover sterk verwonderd, dat was je gewoonte niet. Ze dacht dan ook dat het lag aan het feit dat je moe was.
Nochtans zat je er gisteren wel op een normaal uur in, en heb je bij mijn weten gewoon geslapen. Het was wel een vermoeiende middag, dat geef ik toe.
We zijn rond half twaalf richting Zomergem gereden om het badkastje voor Alexander af te zetten bij nonkel Jeroen. Jij was eigenlijk wel teleurgesteld dat de baby nog niet thuis was, je wilde hem echt nog wel een keertje zien. Daarna zijn we naar oma en opa gegaan, hebben daar lekker gegeten, een hoop gespeeld, tiramisu en taart gegeten, en rond een uur of drie gingen we wandelen. Nu ja, wandelen op jouw manier. Ik wist al lang dat jij gek was van water en boten, en deze keer kon je echt je hartje ophalen. We zijn namelijk naar het sas gereden, hebben er alle aanlegsteigers afgegaan, en hebben uiteindelijk niet minder dan vijf boten zien versassen. Jij keek je ogen uit: boten vlakbij, grote golven op het water, de sluisdeuren die open en dicht werden gedraaid enzovoort enzoverder. Je vond het allemaal prachtig! We zijn ook nog een klein eindje gaan rondlopen en hebben de schapen gevoederd, en rond vijf uur waren we weer bij oma. Tegen dan was je moe en had je honger, en een yoghurtje ging er dan ook vlot in.
Iets voor zessen waren we thuis, en iets voor achten lag jij in je bedje, net laat genoeg om papa nog een knuffel te kunnen geven. Terwijl ik daarna nog een uurtje naar het koor was, ben je nog een paar keer wakker geworden, vertelde papa. Eén keertje was je zelfs aan het huilen gegaan, en riep je: “Mama niet in het water vallen!”
Mijn lieve kleine bezorgde snoet!