Het is bijna negen uur, en je ligt al bijna drie kwartier te slapen. Op zich niks bijzonders natuurlijk, ware het niet dat je voor het eerst zonder tuut bent gaan slapen. Je was je er wel heel goed van bewust: van zodra we je tanden gingen poetsen, begon je er zelf over: ‘Geen tuutje meer, he mama? Tuutje aan juffrouw Hilde gegeven, nu tuutje gedaan. Wolf flinke jongen.’ Ik kon niks anders dan dat beamen, maar had toch zo mijn twijfels. Je keek wel wat sip, en je zocht nog even in je bedje of er toevallig toch geen tuut miraculeus zou opduiken, maar toch ging je zonder problemen slapen. Ik heb je ingestopt, je twee beertjes bij de hand, je een nachtzoen gegeven, en je was stil. Flink zo
We hebben een drukke dag gehad. Ik ben je om vijf over twaalf komen oppikken met de fiets (die eindelijk hersteld is) en dat vond je zo heerlijk, dat we meteen ook om brood zijn gereden. Thuis hebben we dan boterhammetjes gegeten ’s middags (wat we eigenlijk nog nooit gedaan hebben, maar vanaf nu wellicht vaste routine wordt voor de woensdag: ofwel is het eten veel te laat klaar, ofwel moet ik het op voorhand klaarmaken en dan weer opwarmen). Ik zat aan tafel, jij kwam af en toe een boterhammetje halen, zo druk was je aan het spelen buiten. Nu ja, het is dan ook meer dan een maand geleden dat het nog eens zo lekker weer was! Alleen voor de choco kwam je aan tafel zitten, omdat anders de hele omgeving onder de choco zou zitten.
Daarna hebben we wat gespeeld, was opgehangen, kleine dingen gedaan, boodschappen gedaan, nog wat gespeeld, en het gras afgereden. Daarbij ben jij een grote hulp: je raapt stokjes op, wijst de hondenkaka aan, en duwt telkens weer op het startknopje als dat nodig is. Ik had niet op het uur gelet, en het was al kwart voor zeven toen ik ben beginnen koken. Gelukkig duurde het niet lang, maar jouw aandacht was plotseling op het gegeven ‘eten’ gevestigd, en je begon te huilen omdat je niet onmiddellijk eten kreeg. Ik heb je dan maar een keizersbroodje in je handen gestopt, en dat was binnen de korste keren verdwenen. Toen heb je netjes gewacht op het warme eten, en rustig en beheerst gegeten. Ik was echt wel trots.
Daarna heb ik je boven gewassen, want je was zo zwart als een schoen, vooral je voeten. Om een of andere reden vond je dat bijzonder grappig, zo met het washandje op je waskussen. Je vroeg om daarna nog eventjes tv te mogen kijken, en dat was uiteraard geen probleem. Na amper vijf minuten zei je: ‘Mama, Wolfje kaka doen op potje! Mama helpen voor pamper’. Je had inderdaad al je pyama en een luier aan, en die moest uit, want je hebt een heel mooi kakje op je potje gedaan. Ik was echt wel trots op jou. Je kreeg als beloning een grote snoep (een paarse, zoals altijd) en toen die op was, was het bedtijd.
Ik ben moe, liefje, maar niet door jou. Je begint echt een aangenaam kind te worden, niet meer voortdurend zo’n energievretertje. Heh, als zelfs Xavier, een notoir kinderhater, jou bijzonder schattig en lief vindt, moet er toch wel iets van aan zijn, denk je niet ?