Deze morgen is papa blijven slapen tot negen uur, net als wij. Dat resulteerde voor jou in een hoop meer plezier, aangezien hij zelfs nog even is blijven spelen in bed met jou. Voor het mooie weer hoefden we niet op te staan: het was buiten aan het gieten. Toen we rond tien uur beneden kwamen om een onderbroekje voor jou te halen, stond ik even met mijn mond open: mijn bureau stond blank ! Het water liep op twee plaatsen binnen, aangezien de goot de vele regen gewoon niet kon slikken. Het kleine tuintje achteraan stond onder water, zo’n centimeter of vijf, en de schildpadden verstonden zich er niet aan dat ze zomaar tot aan het raam konden zwemmen. Ook jij stond met grote ogen te kijken, en ging prompt samen met mij om emmers en dweilen. We togen aan de slag, ja, ook jij begon kleine emmertjes uit te halen en wilde een dweil om te helpen. Een half uur later was de grootste zondvloed ingedijkt, was er geen gevaar meer voor kortsluiting bij de computer, en was de verzekeraar gebeld. Oef.
Dan maar rustig kleren aangetrokken, ontbeten, en daarna ben ik begonnen met het uitmesten van mijn bureau. Jij wilde me helpen, en begon systematisch een van mijn schuiven leeg te halen en de inhoud ervan op mijn bureau te deponeren. Ik voelde me als een paar uur daarvoor: dweilen met de kraan open. Toen je mijn haarborstel uithaalde, nam ik die af, zei op blijkbaar strengere toon dan bedoeld: “Zeg snoet, zal het bijna gaan ja ?” en gaf je drie kleine tikjes op je poep met die borstel. Onmiddellijk begon je lipje te trillen, en even later was je onbedaarlijk aan het huilen terwijl je steeds maar herhaalde: “Mama niet slaan! Mama niet slaan!” Ik voelde me vreselijk, trok je op mijn schoot, zei dat het me speet, dat het zo niet bedoeld was, en knuffelde je, en herhaalde dat ik niet boos was. Pas na een paar minuten viel je stil. Arme kleine jongen. Je bent echt heel gevoelig voor mijn stemmingen, en blijkbaar heb je aangevoeld dat ik geïrriteerd was. De laatste tijd moet ik ook wel vaak boos zijn op jou: telkens als je in je broek plast, moet ik heel duidelijk laten merken dat ik daar niet mee gediend ben, en veel moeite heb ik daar eerlijk gezegd niet mee. Het is ook niet leuk, plasbroeken verzamelen en wassen.
Daarna heb je braafjes gespeeld, en toen Johan, een vriend van me, toekwam om te eten en daarna mee te schilderen, was je door het dolle heen. Na de macaroni en de obligate koffie togen Johan en ik naar boven, met jou uiteraard in mijn kielzog. Je vond het heerlijk om boven te zitten spelen, en maakte eten voor ons: allerlei vijsjes en andere onderdelen van de uiteengehaalde bureau’s werden netjes op een vel schuurpapier geschikt, met een verfroerdertje als lepel, en dan werd ik uitgenodigd om te komen eten. Wat overbleef at jij op, en de rest ging naar de hond. Je hebt echt wel een levendige fantasie, snoetie. Op een bepaald moment ging je naar beneden om een beetje te slapen in de zetel, en plots hoorde ik een vreselijk gehuil. Ik dacht dat je op zijn minst van de trap was gedonderd, en stoof naar beneden. Je stond halverwege de onderste trap te huilen dat het geen naam had, wees naar beneden, en ik kon een paar woorden verstaan in de trant van ‘vies’, ‘beh’ en dergelijke. Je had blijkbaar een boertje gelaten en er was wat eten meegekomen. Je dacht dat ik vreselijk boos ging zijn, maar ik stelde je dadelijk gerust, nam je in mijn armen, ging wat keukenpapier halen en veegde het boeltje op. Daarna heb ik je geïnstalleerd in de zetel want de kinderprogramma’s gingen net beginnen. Je kroop behaaglijk onder het dekentje met je beestjes bij jou, en ik dacht eerlijk gezegd dat je in slaap ging vallen. Na je verzekerd te hebben dat je maar hoefde te roepen als er iets was, ging ik verder doen boven, waar Johan nog steeds noest aan het schilderen was.
Om de vijf stappen kwam je me melden welk programma er was door onderaan de trap te roepen. Rond half vier kreeg je een koekje, en keek je rustig verder. Toen hoorde ik plots gekreun en gezucht op de trap: je was naar boven aan het komen met je beide beestjes in je handen, en sleurde het dekentje mee. Eigenlijk is deken hier meer op zijn plaats, het is vrij groot. Het verwondert me nog dat je er niet mee gevallen bent, kleine dondersteen. Met een grote lach op je snoet deelde je mee dat je ging slapen in de zetel boven bij ons. Een halve minuut later ging je toch maar terug naar tv kijken, toen ik zei dat het wellicht de Tweenies waren. Amper twee minuten later stond je weer boven: mama was mis ! Het waren niet de Tweenies, het was iets anders ! Mama toch ! Ik weet niet hoeveel keer je uiteindelijk de twee trappen op en af hebt gelopen, maar ik werd moe in jouw plaats !
Toen Johan en ik koffiepauze hielden, kwam je met de pluchen Catullus aangelopen: hondje wilde banaan ! Ik heb je een banaan gesneden, en ben die het hondje komen brengen. Ik heb wel enige overredingskracht moeten gebruiken om jou de slab aan te laten doen in plaats van het mormel :-p
Op een bepaald moment had je trouwens het plan opgevat om een bedje te installeren boven, en je begon het deken uitgebreid open te leggen op de grond. Er ontbraken nog kussens, dus even later kwam je zuchtend en steunend boven met een paar kussens uit de zetel, en even later nog eens. Ook een paar pluchen beesten werden aangesleept.
Tegen etenstijd kwam papa eraan, en toen ben je er toch nog in geslaagd in je broek te plassen, mormeltje ! Je keek me beteuterd aan, en toen ik zei dat ik boos was, zette je het opnieuw op een huilen. Papa heeft je met moeite kalm genoeg gekregen om je natte spullen uit te trekken en iets droogs aan te doen. Je bleef maar huilen, zelfs toen ik verklaarde dat ik niet meer boos was en een knuffel wilde. Je zette een keel op toen papa een verse pyama nam, en nam zelf een andere met korte broek en T-shirt met korte mouwtjes. Je begon al helemaal te brullen toen ik de tafel zette, en stak prompt je bord en beker terug in de kast, want je wilde geen eten. Enkel een opgerold hespeworstje kon je verzoenen met het idee dat we gingen eten, en op papa’s schoot gezeten kreeg je een boterham. Toen, kleine plantrekker van me, verklaarde je parmantig dat we je bord en beker vergeten waren ! Hoe kan dat nu ! Dat was helemaal niet slim ! Mama toch ! En ja hoor, krek hetzelfde bord en beker verschenen weer op tafel. Klein eigenwijs ding !
Uiteindelijk ben je braaf gaan slapen, en hebben we je niet meer gehoord. Ik denk, lieve Wolf, dat we nog serieus wat gaan meemaken met jou. Hmm. Ik popel al. Echt waar.